{"title":"Etcetera","description":"\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cspan lang=\"NL-BE\" style=\"mso-ansi-language: NL-BE;\"\u003eEtcetera is een Belgisch tijdschrift voor podiumkunsten met aandacht voor theater, dans, performance, muziektheater, circus en jeugdtheater. De nadruk ligt op makers en hun werk (zowel gevestigde waarden als nieuwkomers) maar ook op beleid, tendensen, organisaties en structuren.Het blad wordt verspreid in 250 theaters, kunstencentra, culturele centra, musea, cinema’s, hogescholen en cafés in Vlaanderen en Nederland. Daarnaast wordt het magazine ook aangeboden in abonnementsvorm aan consumenten. Verschijnt 3 keer per jaar.\u003c\/span\u003e\u003c\/p\u003e","products":[{"product_id":"etcetera-nr-171","title":"Etcetera Nr. 171","description":"\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cstrong\u003eAnti Climax\u003c\/strong\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cem\u003eIt’s my party and you can watch if you want to\u003c\/em\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eEr lijkt veel reden te zijn tot feesten – of om toch om feestvieren tot het onderwerp van theater en performance te maken. Opvallend veel recente voorstellingen en hybride kunstwerken beelden feesten uit of maken ze zelfs deelbaar. Daarmee keren de podiumkunsten in zekere zin terug naar hun (westerse) roots. De dionysiën, het lentefeest ter ere van de god Dionysos, waren een waar volksfestijn, met als hoogtepunt de groots opgezette toneelvoorstellingen. We associëren Dionysus onder zijn Romeinse naam Bacchus ook met de bacchanalia. Die verzamel­naam voor ‘orgastische feesten’ past nog beter bij de uitbundige rituelen die we op onze podia te zien kregen.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eHet is duidelijk: steeds meer makers hebben lak aan minimalisme. Overdaad en uitbundigheid vieren hoogtij. Steeds vaker zien we – als bonte tableaus van Ensor – scènes vol kleurrijke figuren, (half)naakt, bont beschilderd, verkleed als tragische clowns, futuristische popsterren, genderfluïde nimfen of anachronistische sekteleiders. De muziek wordt steeds luider en de bassen dieper, de lichten feller en flitsender. De choreografieën lijken recht van een dansvloer anno jaren 90 te komen. Ook livemuziek wint aan auto­nomie. Kijken we naar een theatraal concert of een concertante voorstelling? De codes van performance, concert en nachtleven waren nog nooit zo poreus.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eHet ziet er allemaal erg leuk uit, vooral voor wie op scène staat. Plezier wordt steeds belangrijker – belangrijker dan inhoud? Net als op sociale media laten we blijkbaar ook in het theater graag zien hoe leuk we het hebben, hoe modieus we gekleed gaan, hoe hard we dansen en op welke muziek. Wat gaat er schuil onder al dat uiterlijk vertoon? Waarop is dat dwangmatige plezier een reactie?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eHelemaal uit het niets komt deze beweging natuurlijk niet: exta­tisch samenzijn biedt een vorm van ontsnapping uit een grauwe realiteit, zeker voor queer personen en andere minderheden voor wie een veilige plek om zich uit te leven geen vanzelfsprekendheid is. Feesten op en naast de scène kan dus ook een politieke daad zijn. Heeft plezier potentieel dan toch inhoud? In dit nummer van Etcetera laten we onze roze stroboscoop schijnen op spraak­makende aspecten van de theatrale partytrend.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eWat kan een op scène gezet feestje eigenlijk teweegbrengen? Wat betekent bevrijding, wat is ervoor nodig en wie heeft er toegang toe? Het zijn enkele van de vragen die in dit nummer worden gesteld, door auteurs met uiteenlopende meningen en referentiekaders. Elk op hun manier kijken ze naar de bombast waarmee ze in het theater worden overladen en proberen ze die te kaderen, op historisch, esthetisch of maatschappelijk vlak.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eOok Etcetera viert feest in 2023: we bestaan namelijk 40 jaar. We wensen je heel veel leesplezier met ons 171ste (!) nummer en zien je graag tijdens een van onze live­-events.\u003c\/p\u003e","brand":"Etcetera","offers":[{"title":"Op papier","offer_id":53120180126023,"sku":null,"price":9.0,"currency_code":"EUR","in_stock":true}],"thumbnail_url":"\/\/cdn.shopify.com\/s\/files\/1\/0288\/2384\/7015\/files\/Etcetera_171_cover.jpg?v=1768225728"},{"product_id":"etcetera-nr-172","title":"Etcetera Nr. 172","description":"\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cstrong\u003eLeeftijd\u003c\/strong\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cem\u003eBewezen staat van dienst\u003c\/em\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eZijn we collectief geobsedeerd door onze leeftijd? We gebruiken filters en fillers om er jonger uit te zien en geven gretig commentaar op hoe (voornamelijk vrouwelijke) sterren verouderen — denk maar aan de hevige kritiek die Madonna kreeg nadat ze onherkenbaar op de Grammy’s verscheen. Het Amerikaanse businesstijdschrift\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003eForbes\u003c\/em\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003epubliceert elk jaar zijn ‘\u003cem\u003e30 under 30 list\u003c\/em\u003e’, een opsomming van 600 bewonderenswaardige ondernemers en bekendheden. Dat ze de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt, is blijkbaar een reden om gelauwerd te worden. Welke druk oefenen we uit op twintigers door hen voortdurend voor te houden dat ze voor hun dertigste al van alles moeten hebben verwezenlijkt? Bestaat er ook een lijst voor succesvolle 65-plussers? Van mensen die zichzelf op latere leeftijd blijven engageren en heruitvinden, en zo aantonen dat ouder worden helemaal niet het taboe hoeft te zijn dat we er collectief van maken?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eOok in de podiumkunsten is er opvallend veel aandacht voor jong en aanstormend talent. Menig festival maakt er een programmalijn of zelfs de hoofdfocus van. Waarom zijn we zo rusteloos op zoek naar wat we nog niet kennen? Ergens is het vreemd dat we jeugdigheid meer naar waarde schatten dan (artistieke) levenservaring. Hoewel het goed is dat we aandacht hebben voor de vaak kwetsbare start van een carrière in de kunsten, is de manier waarop we jaar na jaar jonge makers vervangen door nog jongere, weinig duurzaam. Wie volgt de artiesten op die nu al niet meer jong zijn, maar evengoed nog geen gevestigde waarde? Voor wie zich in het uitgestrekte gebied tussen ‘jong en veelbelovend’ en ‘bewezen staat van dienst’ bevindt, is het steeds uitdagender om aansluiting te vinden bij het podiumkunstenveld.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eEn wat met al dat bewezen talent dat onherroepelijk ouder wordt? Over het waardig afronden van een loopbaan in de kunsten bestaat bijzonder weinig expertise en debat. Net zomin als over de uitstroom van gezelschappen die hun houdbaarheidsdatum hebben bereikt. En dus blijft iedereen maar doorgaan, om vooral niet te moeten toegeven: ik word ouder. Een uitzondering is choreograaf Alain Platel. In gesprek met Wouter Hillaert vertelt hij over de keuze om zijn gezelschap les ballets C de la B na dertig jaar door te geven aan een volgende generatie. ’t Barre Land en Abattoir Fermé benadrukken in hun statements dan weer de kracht van samenwerken over de generatiekloof heen.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eOok kunstenaars zelf behandelen in hun werk vraagstukken rond ouder worden. Willem de Wolf (60) en Louis Janssens (27) wisselen in\u003cem\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003eAnaloog\u003c\/em\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003evan rol en bevragen zo welke rol hun leeftijd speelt in hoe de wereld hen ziet. ‘Zal dit in mijn biografie komen?’, vragen ze zich luidop af. Ook thematiseren ze het maken van artistiek werk in hun werk, een trend die zich al meerdere jaren doorzet. Het eigen archief als artistiek uitgangspunt nemen is een door veel kunstenaars aangewende strategie, waarover Kristof van Baarle in dit nummer meer vertelt. In\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003eRetrospective\u003c\/em\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003evan Xavier Le Roy (2012) maken performers zich materiaal uit het bewegingsarchief van de Franse choreograaf eigen, met een anachronistische live-ervaring als resultaat. Bij Rosas leren de originele performers van voorstellingen uit het repertoire bij heropvoering hun rol aan een van de nieuwe, jeugdige dansers. Dat we de zorg voor ons podiumerfgoed echter niet alleen aan kunstenaars zelf mogen overlaten, beseft ook de sector. Op de nieuwe podiumkunstensite in Leuven zal kunstencentrum STUK de komende vijf jaar repertoireprojecten uitwerken die onze rijke dansgeschiedenis bekend en bemind moeten maken bij de volgende generatie. Choreograaf Marc Vanrunxt en STUK-directeur Steven Vandervelden geven in dit nummer een inkijkje in de plannen en waarschuwen voor de risico’s rond canonvorming.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eVoorts staan we stil bij de representatie van oudere lichamen. Welke narratieven rond aftakeling, rouw en verlies zien we op onze podia en wat zetten bij uitstek vrouwelijke choreografen, die de afkeurende maatschappelijke bias over ouder worden misschien wel het meest voelen, daartegenover? In hun bijdrage vertelt het Vlaams-Nederlandse collectief BOG. dan weer over hun ambitie om, net zoals ze in hun gelijknamige debuutvoorstelling deden, elke tien jaar opnieuw de staat van het leven op te maken tot ze allemaal overleden zijn. Hoe is hun perspectief veranderd tussen hun twintiger en dertiger jaren?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eNatuurlijk mag een ‘terugblik’ niet ontbreken in een nummer over leeftijd. In zijn pleidooi voor tegentijdsheid haalt Joachim Robbrecht herinneringen op aan enkele iconische Volksbühne-producties uit de jaren 2000, tegen de achtergrond van de gegentrificeerde stad Berlijn, die steeds meer in de greep van het kapitalisme raakt. Julie Rodeyns neemt ons dan weer mee naar het palliatieve dagcentrum TOPAZ, waar ze in 2017 het artistiek-participatieve project\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003eIn\/finity\u003c\/em\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003ecureerde. Het deed haar inzien dat zorgzaam zijn geen doel op zich is, wel een attitude die je altijd en overal kunt meenemen. Besluiten doen we met het intieme kortverhaal\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003eRolwolken\u003c\/em\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003evan Siska van Daele, over de wisselende zorgrollen tussen een dochter en een mama met dementie.\u003c\/p\u003e","brand":"Etcetera","offers":[{"title":"Op papier","offer_id":53120671252807,"sku":null,"price":9.0,"currency_code":"EUR","in_stock":true}],"thumbnail_url":"\/\/cdn.shopify.com\/s\/files\/1\/0288\/2384\/7015\/files\/Etcetera_172_cover.jpg?v=1768226325"},{"product_id":"etcetera-nr-173","title":"Etcetera Nr. 173","description":"\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cstrong\u003eToverkunst\u003c\/strong\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cem\u003eDe kracht van het ongrijpbare\u003c\/em\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eDat theater de kunstvorm bij uitstek is die zich bezighoudt met het efemere, weten we ondertussen allemaal. Wel is die stellingname stilaan aan een grondige herziening toe. Het toenemende gebruik van opnames, live-video, re-enactments en andere ingrepen die het hier en nu verregaand vermengen met andere temporaliteiten, plaatst het hele idee van een ‘live-ervaring’ op losse schroeven. Bovendien doet technologie ook in ons dagelijks leven de grenzen tussen plaatsen en tijdsbeleving vervagen tot op het punt waar ze niet meer te onderscheiden zijn.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eMaar dat wil niet zeggen dat het podium onttoverd is. Integendeel, meer dan ooit wordt de scène geclaimd en geframed als een ruimte voor collectieve bezinning, voor het oproepen en aanbidden van voorouders, doden en andere geesten. Artistieke praktijken die rituelen en speculatieve fictie via performance delen met een publiek, zijn opvallend aanwezig in de seizoensbrochures van cultuurhuizen. Zo was er in maart een editie van het festival Women and Children First in VIERNULVIER die de ondertitel\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003eExercises in re-enchanting\u003c\/em\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003edroeg. Vanuit de vaststelling dat we ‘in uitdagende tijden leven’ werd een programma gecureerd waarin dansvoorstellingen en rituele performances hand in hand gingen met tarotlezingen en meditaties.\u003c\/p\u003e\n\u003cdiv class=\"page\" title=\"Page 4\"\u003e\n\u003cdiv class=\"section\"\u003e\n\u003cdiv class=\"layoutArea\"\u003e\n\u003cdiv class=\"column\"\u003e\n\u003cp\u003eHet overkoepelende idee achter het festival was om samen te vertragen en ruimte te maken voor wat we al te vaak vergeten of voor lief nemen: het mystieke, het spirituele, het ongrijpbare. Ook het Brusselse Bâtard Festival zet dit jaar onder de noemer\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003eMagic Spells\u003c\/em\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003ein op artistieke praktijken die niet-alledaagse, mysterieuze realiteiten verbeelden.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eUiteraard zijn hekserij, voodoo, sjamanisme en andere vormen van spirituele beleving niet nieuw. Het gevaar van koloniale en exotiserende mechanismen die gepaard gaan met het incorporeren van niet-westerse tradities in ons ‘professioneel podiumveld’ is niet te onderschatten. Daarom focussen we in deze editie van\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003eEtcetera\u003c\/em\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003eop makers met uiteenlopende achtergronden die vanuit geheel eigen tradities en disciplines de verbindende kracht van spirituele praktijken (opnieuw) voelbaar maken.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eMaar hoe schrijf je als criticus over deze bewegingen? De auteurs in dit nummer zoeken stuk voor stuk naar een taal om het mystieke te vatten. We openen met een tekst van Kopano Maroga, die vanuit hun ervaringen als dramaturg en toeschouwer voorstellingen van Alesandra Seutin, Amanda Piña en Carolina Maciel de França van het voorbije seizoen onder de loep neemt. Klaas Tindemans laat zijn licht schijnen op het werk van het jonge collectief Krapp, dat steevast een amalgaam maakt van historische en zeer hedendaagse verhalen en esthetieken. Lena Vercauteren gaat in gesprek met vier kunstenaars die met hun artistieke werk de wereld willen helen, voor zover dat nog mogelijk is: wat kunnen ecologie en magie van elkaar leren? Met behulp van ChatGPT en DALL·E brengt Simon Baetens zijn (dag)dromen in verbinding met artificiële intelligentie, en vraagt hij zich af wat die technologie voor zijn makerspraktijk kan betekenen. Bryana Fritz neemt ons via haar hagiografisch onderzoek mee naar de middeleeuwen, en Nora Ramakers wijst ons op de krachten van de meidoorn. Aan het einde van dit nummer vind je een kort verhaal van Carly Rae Heathcote en Jana De Kockere over de schoonheid van niet-ingeloste verlangens.\u003c\/p\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e","brand":"Etcetera","offers":[{"title":"Op papier","offer_id":53120694223175,"sku":null,"price":9.0,"currency_code":"EUR","in_stock":true}],"thumbnail_url":"\/\/cdn.shopify.com\/s\/files\/1\/0288\/2384\/7015\/files\/Etcetera_173_cover.jpg?v=1768226435"},{"product_id":"etcetera-nr-174","title":"Etcetera Nr. 174","description":"\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cstrong\u003eGeweld\u003c\/strong\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cem\u003eSoms haalt de realiteit ons in…\u003c\/em\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eHet zijn vreemde tijden om een nummer over geweld uit te brengen. Een jaar geleden, bij de eerste voorbereidingen, waren we net ‘gewend’ geraakt aan de dagelijkse stroom nieuwsbeelden uit Oekraïne: Russische tanks die door modderige velden rolden, paramilitaire troepen die op straat weerloze burgers neerschoten, theaters die plots als schuilkelder dienstdeden …\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eAan de redactietafel hadden we het over hoe beangstigend het was om in het ‘veilige’ Europa met zo’n brute oorlog geconfronteerd te worden. We hadden het over onze paradoxale fascinatie voor true crime en hoe het theater altijd een plek is geweest om de menselijke destructiedrift te ontleden — van de Griekse tragedies over Shakespeare tot Romeo Castellucci’s obsessie met het fascisme. We hadden het over hoe de transgressie van performancekunst — waarbij vooral het eigen (dikwijls vrouwelijke) lijf eraan moest geloven — steeds meer plaats heeft gemaakt voor een analyse van systemisch geweld, zoals de nakende ecocatastrofe. En over het geweld van grenzen en censuur.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eWe praatten over de keerzijde van het vele geweld dat ons omringt: het trauma, het lijden, het verdriet. De trend van ‘traumatheater’, waarin veelal vrouwelijke podiumkunstenaars op het podium een safe space vinden om af te rekenen met persoonlijke trauma’s, gelinkt aan #metoo of de naweeën van het koloniale verleden. We hadden het over de populariteit van Bessel van der Kolks moderne bijbel\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003eTraumasporen\u003c\/em\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003een de explosie van\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003etherapy speak\u003c\/em\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003eop Instagram en TikTok. En hoe we vandaag steeds meer verwachten dat elke publieke ruimte — ook die van de kunsten — een therapeutische ruimte is waarin zorg en heling centraal staan, al dan niet afgedwongen door triggerwarnings.\u003c\/p\u003e\n\u003cdiv class=\"page\" title=\"Page 4\"\u003e\n\u003cdiv class=\"section\"\u003e\n\u003cdiv class=\"layoutArea\"\u003e\n\u003cdiv class=\"column\"\u003e\n\u003cp\u003eSamen met de redactieraad boksten we een nummer in elkaar dat op een of andere manier aan veel van die thema’s probeerde tegemoet te komen. Maar toen kwam 7 oktober. En werd het stil aan onze tafel.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eDe beelden uit Oekraïne werden ingeruild voor een nieuwe stroom geweld, uit Palestina en Israël dit keer. Het begon met DIY-shots op sociale media van Hamasparachutisten die bloedbaden aanrichtten in Israëlische nederzettingen en tientallen gijzelaars namen. Al snel daarna kwam de ‘vergeldingsactie’ van het Israëlische leger: massale bombardementen op vluchtelingenkampen, scholen en ziekenhuizen in Gaza. Palestijnen die opslagruimtes van de Verenigde Naties plunderden op zoek naar eten. Dokters die noodgedwongen opereerden zonder hun patiënten te verdoven. Een journalist die voor de ogen van de camera’s te horen kreeg dat een collega vermoord was en compleet gedesillusioneerd zijn kogelvrije vest afgooide.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eIedereen die de situatie in het Midden-Oosten een beetje volgt, wist dat deze escalatie eraan zat te komen. Zeker sinds premier Benjamin Netanyahu een extreemrechtse regering op de been bracht die de bezetting en kolonisatie van de Palestijnse gebieden nog agressiever wil opschalen. Elk burgerslachtoffer is onschuldig en ons hart gaat uit naar alle getroffenen van dit conflict — ook naar al wie geraakt wordt door de wereldwijde oplaaiing van islamofoob en antisemitisch geweld als gevolg ervan. Tegelijk mogen we ook niet de kop in het zand steken: deze ‘oorlog’ wordt niet uitgevochten tussen gelijkwaardige partijen, het is David tegen Goliath. Al decennialang gedoogt de internationale politiek het Israëlische apartheidsregime en wordt elke kritiek op Israël onschadelijk gemaakt door te schermen met ‘antisemitisme’ — terwijl Palestijnen in de openluchtgevangenis van Gaza, Oost-Jeruzalem en de bezette Westelijke Jordaanoever als tweederangsburgers leven onder de dagelijkse repressie van het Israëlische staatsapparaat en de kolonisten.\u003c\/p\u003e\n\u003cdiv class=\"page\" title=\"Page 5\"\u003e\n\u003cdiv class=\"section\"\u003e\n\u003cdiv class=\"layoutArea\"\u003e\n\u003cdiv class=\"column\"\u003e\n\u003cp\u003eTegenover zoveel haat, verdraaide geschiedenis- retoriek en neokoloniaal machtsvertoon voelen we ons — wellicht net zoals velen van jullie — erg machteloos. Als kunstensector zijn we het gewend de (om)weg te nemen van de trage verdieping en de symbolische actie die mikt op het geest en het hart, niet op directe politieke verandering. Tegelijk staan we allerminst buiten deze realiteit. In Duitsland zien we hoe kritische artiesten gecanceld worden in de nasleep van wat schrijfster Deborah Feldman — opgegroeid in de chassidische Joodse gemeenschap in New York — ‘de fetisj van de Holocaust’ heeft genoemd. BDS (Boycott, Divestment, Sanctions), een niet-gewelddadige protestbeweging die streeft naar gelijke rechten voor Palestijnen door middel van economische sancties tegen Israël, staat er al jaren geboekstaafd als een ‘antisemitische’ organisatie. Andere landen volgen het Duitse voorbeeld, en zo wordt elke claim op verzet van de Palestijnen steeds verder uitgehold.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eVoor ons is het glashelder: als podiumkunstenblad kunnen we niet streven naar een vrije wereld voor de kunsten als we ons niet solidair verklaren met de strijd van het Palestijnse volk voor het recht op een eigen land en geschiedenis. De enige weg vooruit is een onmiddellijk staakt-het-vuren en, in afwachting van een vrij Palestina, volledige steun voor BDS als vreedzame protestvorm die door de Palestijnse bevolking zelf is gekozen. Als gesubsidieerd tijdschrift verzetten we ons expliciet tegen de intimidatiepogingen van minister van Cultuur Jan Jambon (N-VA) en zijn partijgenoot Marius Meremans om organisaties te viseren die BDS steunen. Maak de Palestijnen niet monddood.\u003c\/p\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e","brand":"Etcetera","offers":[{"title":"Op papier","offer_id":53120849641799,"sku":null,"price":9.0,"currency_code":"EUR","in_stock":true}],"thumbnail_url":"\/\/cdn.shopify.com\/s\/files\/1\/0288\/2384\/7015\/files\/Etcetera_174_cover.jpg?v=1768226983"},{"product_id":"etcetera-nr-175","title":"Etcetera Nr. 175","description":"\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cstrong\u003eDrempelvrees\u003c\/strong\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cem\u003ePas op voor het opstapje\u003c\/em\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eDe podiumkunsten zeggen over zichzelf graag dat ze voor iedereen zijn. Maar wie is die ‘iedereen’ eigenlijk? Niet iedereen voelt zich aangesproken door de communicatie van kunstencentra, stadstheaters en andere cultuurhuizen — gesteld dat die communicatie hen al bereikt. Maar ook voor wie wel zou willen komen, is een avondje uit naar het theater niet zomaar een evidentie. Beperkt toegankelijke gebouwen, hoge ticketprijzen, ondoorgronde­lijke websites, complexe programmateksten, luide muziek, felle lichten of onbereikbare locaties: je zou soms bijna denken dat men liever niet heeft dat je komt kijken. Zelfs een doorgewinterde theaterliefhebber moet er vaak heel wat voor overhebben om de weg te vinden, zowel letterlijk als figuurlijk in het aanbod.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eMissen we, alle inspanningen rond publieks­werking en inclusie ten spijt, niet nog steeds een heleboel mensen in onze zalen? Is het gemiddelde publiek niet al te vaak een homo­gene groep uit de hogere middenklasse, met normatieve, mobiele lichamen en artistieke geletterdheid? Hoe komt dat? Welke fysieke en mentale drempels bepalen wie wel en wie niet in de theaterzalen zit?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eGelukkig gebeurt er al heel wat om daar verandering in te brengen. Om drempels te kunnen verlagen, moeten ze eerst en vooral zichtbaar worden gemaakt, ook voor wie ze niet als drempel ervaart. Steeds meer huizen bieden ‘relaxed’ versies aan van bepaalde voorstellingen, analoog met het toenemende aantal makers die hun werk bewust zo prikkel­arm mogelijk houden. Kelsie Acton geeft duiding bij deze vorm van maken en presen­teren, en houdt een pleidooi voor theaterzalen waarin ook minder normatieve lichamen zich welkom voelen.\u003c\/p\u003e\n\u003cdiv class=\"page\" title=\"Page 4\"\u003e\n\u003cdiv class=\"section\"\u003e\n\u003cdiv class=\"layoutArea\"\u003e\n\u003cdiv class=\"column\"\u003e\n\u003cp\u003eOok programmatie maakt deel uit van de (vaak onuitgesproken) codes die bepalen wie waarnaar kan en wil komen kijken. Evelyne Coussens maakt een stand van zaken van het Gentse podiumlandschap op, en vraagt zich af of highbrow kunstencentra, die trouwens steeds meer op elkaar beginnen te lijken, niet een groot segment van enthousiaste kijkers weren. Het TheaterFestival experimenteert dan weer met inspraak van niet­-professionele kijkers in het maken van zijn selectie — hoe daagt de WijkJury het idee van excellentie uit dat centraal staat in het festival?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eAls platform voor podiumkritiek maakt\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003eEtcetera\u003c\/em\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003euiteraard deel uit van dit systeem. Geregeld worden wij aangesproken op recensies en essays die bij ons verschijnen. Welke denk­kaders zijn in deze teksten dominant? Wie kan waarover schrijven? Het debat over welke vormen van kunstkritiek vandaag mogelijk én nodig zijn om de vele soorten werk die op onze podia te zien zijn te ontsluiten, is niet meer weg te denken uit onze redactionele gesprekken.\u003c\/p\u003e\n\u003cdiv class=\"page\" title=\"Page 5\"\u003e\n\u003cdiv class=\"section\"\u003e\n\u003cdiv class=\"layoutArea\"\u003e\n\u003cdiv class=\"column\"\u003e\n\u003cp\u003eWouter Hillaert opent dit debat, dat te vaak intern wordt gevoerd. Hij praat met Khadija El Kharraz Alami, Sachli Gholamalizad, Evelyne Coussens en Bauke Lievens over hun visie op de zin en onzin van kunstkritiek. Ook toneel­auteur Joachim Robbrecht wordt regelmatig geconfronteerd met vragen omtrent leesbaar­heid: als zelfs zijn eigen moeder zijn teksten niet begrijpt, wie dan wel?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eOver verstaanbaarheid en communicatie heeft ook Dahlia Pessemiers­-Benamar zich al meermaals het hoofd gebroken. Ze vertelt hoe\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003ePortici\u003c\/em\u003e, een muziektheatervoorstelling waarin horenden en doven samen op scène staan, tot stand kwam. Wat vertelt de taligheid van gebarentaal over hoe we met elkaar omgaan? Tot slot geeft Sandra Sara Raes Oklobdzija inkijk in haar hobbelige parcours in de kunsten­sector als anderstalige maker.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eZoek met ons mee naar leesbaarheid, over alle mogelijke drempels heen.\u003c\/p\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e","brand":"Etcetera","offers":[{"title":"Op papier","offer_id":53120856260935,"sku":null,"price":9.0,"currency_code":"EUR","in_stock":true}],"thumbnail_url":"\/\/cdn.shopify.com\/s\/files\/1\/0288\/2384\/7015\/files\/Etcetera_175_cover.jpg?v=1768227053"},{"product_id":"etcetera-nr-176","title":"Etcetera Nr. 176","description":"\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cstrong\u003eOver mannen\u003c\/strong\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cem\u003eMan overboord?\u003c\/em\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eZit de man in een identiteitscrisis? Verschillende auteurs geloven van wel. ‘\u003cem\u003eMen are lost, here is a map out of the wilderness\u003c\/em\u003e’, kopte Christine Emba, columnist bij\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003eThe Washington Post\u003c\/em\u003e, vorige zomer in een veelgelezen opiniestuk. Daarin beschrijft ze hoe de man zijn centrale plek op de arbeidsmarkt, in het hoger onderwijs en in de privésfeer is verloren. Vandaag studeren steeds meer vrouwen af dan mannen, worden ‘zachte talenten’ meer gewaardeerd dan hard fysiek labeur en zijn vrouwen niet langer afhankelijk van het huwelijk met een man om zichzelf financieel veilig te stellen of hun kinderwens te vervullen.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eOok schrijver Richard V. Reeves toont in zijn boek\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003eOf Boys and Men. Why the Modern Male Is Struggling\u003c\/em\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e(2022) hoe mannen worstelen met hun verlies aan maatschappelijke status. Zij vluchten vaker in drugs en alcohol, plegen vaker zelfmoord, gaan eerder dood, zijn eenzamer, vaker dakloos, plegen meer criminele feiten en belanden vaker in de gevangenis. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eDe tegenbeweging, geleid door schimmige figuren als Jordan Peterson, Andrew Tate en Dries Van Langenhove, liet natuurlijk niet lang op zich wachten. Vanuit de virtuele ‘Manosphere’ bezweren ze hun angst voor irrelevantie met antifeministische en extreemrechtse denkbeelden en maken ze van mannelijkheid de inzet van een heuse cultuuroorlog. Deze eersteklas mansplainers ‘ijveren voor een terugkeer naar echte mannelijkheid: een karikatuur van discipline, spierkracht en seksuele potentie, vermengd met onversneden misogynie recht uit de incel-fora’, schreven Florian Deroo en Seppe Decubber in een opinie voor\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003eDe Standaard\u003c\/em\u003e. De vele\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003edark feminine\u003c\/em\u003e-goeroes die nu opgang maken op TikTok appropriëren die hypercompetitieve machocultuur vanuit vrouwelijk oogpunt. In onlinevideo’s leren ze vrouwen op een agressieve manier om egoïstisch te zijn, nooit arme mannen te daten en zichzelf een weg naar boven te neuken.\u003c\/p\u003e\n\u003cdiv class=\"page\" title=\"Page 4\"\u003e\n\u003cdiv class=\"section\"\u003e\n\u003cdiv class=\"layoutArea\"\u003e\n\u003cdiv class=\"column\"\u003e\n\u003cp\u003eHet is natuurlijk maar de vraag of mannelijkheid vandaag echt zo in crisis is. De verwevenheid van het patriarchaat met onze politieke systemen lijkt sterker dan ooit — het volstaat om te kijken naar hoe erg het wereldwijd gesteld is met de rechten van vrouwen en trans personen. In de Verenigde Staten is abortus vandaag al in 21 staten volledig verboden of minstens ernstig ingeperkt sinds het hooggerechtshof in 2022 het historische Roe v. Wade-arrest terugdraaide. In Iran werd de Woman Life Freedom-beweging hardhandig neergeslagen en wachten nog steeds veel jongeren in de gevangenis op hun proces. In eigen land trekt Vlaams Belang begin juni naar de verkiezingen met een wetsvoorstel om hormoonbehandelingen bij minderjarigen aan banden te leggen.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eOok in onze culturele beeldvorming heeft de Man het nog steeds overwegend voor het zeggen. Vraag maar aan de marketeers van Calvin Klein. Voor hun nieuwste reclamecampagne wisten ze Jeremy Allen White te strikken. De\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003ethirst trap\u003c\/em\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003evan ‘Carmy’ uit\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003eThe Bear\u003c\/em\u003e, die met zijn afgetrainde sixpack staat te strippen op een New Yorks dakterras, liet het internet bijna ontploffen van geilheid — en terecht! Maar toen zangeres FKA twigs in een even weinig verhullende outfit op een billboard verscheen, werd ze door de Britse reclamewaakhond prompt gecensureerd omdat de afbeelding overdreven geseksualiseerd zou zijn en de advertentie vrouwen tot een object reduceerde.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eHoe zit het, in het licht van deze maatschappelijke veranderingen, met de manbeelden op onze podia? ‘De oude modellen van mannelijkheid voelen onbereikbaar aan of zijn sociaal onaanvaardbaar, en nieuwe modellen moeten zich nog vormen’, schreef Emba in haar column. Kan het theater daar een rol in spelen? In deze\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003eEtcetera\u003c\/em\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003eduiken we diep in de mannelijke leefwereld en de constructie van mannelijkheid — al spreken we naar analogie met het bekende boek van socioloog Raewyn Connell liever over\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003emasculinities\u003c\/em\u003e: een scala aan ‘mannelijkheden’.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eSeppe Decubber kijkt naar de evolutie van de mannelijke superheld in Hollywoodblockbusters en theatervoorstellingen. Ilse Ghekiere legt het impliciete narratief van seksueel geweld bloot achter het heteroseksuele duet dat al te lang vanzelfsprekend was in ballet en hedendaagse dans. Jasper Van Loy gaat op zijn beurt na hoe het mannenbastion van stand-upcomedy verbrokkelt door de opmars van vrouwelijke, queer en jonge stemmen.\u003c\/p\u003e\n\u003cdiv class=\"page\" title=\"Page 5\"\u003e\n\u003cdiv class=\"section\"\u003e\n\u003cdiv class=\"layoutArea\"\u003e\n\u003cdiv class=\"column\"\u003e\n\u003cp\u003eVerschillende auteurs gaan in dit nummer ook op zoek naar een meer kwetsbare invulling van mannelijkheid. Daan Borloo ziet hoe film- en theatermakers de clichés rond vriendschap tussen mannen uitdagen. In een ontroerende tekst beschrijft Willem de Wolf hoe hij als kind leerde dat je als man vooral hermetisch, sterk, onbewogen en zwijgend moest zijn en hoe hij pas rond zijn zestigste ontdekte dat zijn lichaam ook iets te vertellen heeft.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eZoals wel vaker zijn het queer denkers en kunstenaars die een uitweg zoeken uit al te statische opvattingen en taboes over mannelijkheid. Lars Brinkman toont hoe queer theatermakers als Dries Verhoeven, Dan Daw en Gilles Polet \u0026amp; Arno Ferrera experimenteren met niet-normatieve vormen van mannelijke seksualiteit, en hoe dat bevrijdend kan zijn voor álle personen die zich als mannelijk identificeren. Filosoof Maïté de Haan dompelt ons onder in de wondere wereld van dragkings en analyseert hoe zij de dominante opvatting van mannelijkheid als iets natuurlijks en niet-performatiefs uitdagen. Afsluiten doen we met een prachtig persoonlijk essay van Toni Heemer over de performance van gender, geschreven onder testosteron. Waar de titel — ‘een pleidooi voor de afschaffing van mannelijkheid’ — voor sommige lezers misschien bedreigend zal klinken, nodigen we je uit om het echte revolutionaire potentieel van zijn woorden te ontdekken. Welke oneindige vrijheid lonkt er voor ons allen als we de wereld niet langer zouden opdelen in M en V?\u003c\/p\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e","brand":"Etcetera","offers":[{"title":"Op papier","offer_id":53120863338823,"sku":null,"price":9.0,"currency_code":"EUR","in_stock":true}],"thumbnail_url":"\/\/cdn.shopify.com\/s\/files\/1\/0288\/2384\/7015\/files\/Etcetera_176_cover.jpg?v=1768227133"},{"product_id":"etcetera-nr-177","title":"Etcetera Nr. 177","description":"\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cstrong\u003eVerwant\u003c\/strong\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cem\u003eFamiliezaken\u003c\/em\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eIn het nummer ‘I think about it all the time’ reflecteert de Britse popartiest Charli xcx over de vraag of ze nu wel of geen kinderen wil. ‘\u003cem\u003eCause maybe one day I might \/ If I don’t run out of time \/ Would it make me miss all my freedom? \/ I think about it all the time\u003c\/em\u003e’, klinkt het. Het zijn vragen die voor velen van ons herkenbaar zijn. In de periode tussen pakweg je achtentwintigste en je vijfendertigste krijgen vrienden en kennissen volop kinderen. Ineens ben je als het ware omgeven door baby’s en vraag je je onvermijdelijk af: wil ik kinderen? Wil ik een gezin opbouwen? Wat laat ik na? Wie zal later voor mij zorgen wanneer ik ouder word?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eUiteraard reikt het begrip ‘familie’ verder dan alleen kinderen op de wereld zetten. Ook duidt het niet per se alleen op een biologische of administratieve band die we met anderen hebben: verwantschap kan vele vormen aannemen, van vriendschap tot\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003echosen family\u003c\/em\u003e, levensgemeenschappen en artistieke samenwerkingen met mensen die evenzeer als familie kunnen worden gezien. Liv Laveyne sprak voor\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003eEtcetera\u003c\/em\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003emet\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003ca href=\"https:\/\/e-tcetera.be\/longread\/van-een-generati%E2%80%A6-ons-geen-sprake\/\"\u003ecircusfamilie Ronaldo\u003c\/a\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003eover het doorgeven van tradities, en Siska Baeck stelt\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003ca href=\"https:\/\/e-tcetera.be\/wp-admin\/post.php?post=24918\u0026amp;action=edit\"\u003ein haar bijdrage\u003c\/a\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003evast dat intimiteit zich niet tot biologische familie beperkt.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eHet wel of niet hebben van een gezin bepaalt ook hoe je werkt. Meer en meer lijkt er ruimte te ontstaan om de impact van familiale zorg op creatieprocessen en andere werkomgevingen bespreekbaar te maken, en ze beter op elkaar te laten aansluiten. Uiteraard is dat een goede zaak, maar een evidentie is het nog allesbehalve. Hoe willen we in de toekomst met elkaar werken, op een zorgzame manier die aan ieders noden tegemoetkomt? Kan de kunstensector écht inclusiever worden voor onder meer ouders van jonge en minder jonge kinderen, of is het paradigma van het artistieke genie dat alles opzijzet voor de carrière te hardnekkig?\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003ca href=\"https:\/\/e-tcetera.be\/longread\/eigenlijk-moet-j%E2%80%A6lling-regisseren\/\"\u003eCiska Hoet vroeg het aan enkele kunstenaars en enkele cultuurwerkers die hun werk met een gezin combineren\u003c\/a\u003e. Choreografe en danseres Anneleen Keppens\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003ca href=\"https:\/\/e-tcetera.be\/longread\/moeder-kunstenaarschap\/\"\u003evertelt hoe moeder worden haar artistieke praktijk ingrijpend veranderde\u003c\/a\u003e, en Hans Bryssinck, Emke Idema en Barbara Van Lindt nemen ons mee in\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003ca href=\"https:\/\/e-tcetera.be\/wp-admin\/post.php?post=24946\u0026amp;action=edit\"\u003ehun gesprekken over ‘meer dan ouderschap’\u003c\/a\u003e.\u003c\/p\u003e\n\u003cdiv class=\"page\" title=\"Page 4\"\u003e\n\u003cdiv class=\"section\"\u003e\n\u003cdiv class=\"layoutArea\"\u003e\n\u003cdiv class=\"column\"\u003e\n\u003cp\u003eIdentiteit, wellicht hét thema van de eenentwintigste eeuw, wordt de laatste jaren opvallend vaker benaderd vanuit de mensen die het individu omringen en maken tot wie het is, eerder dan vanuit het singuliere ‘ik’ alleen. Verhalen over voorouders en culturele tradities, maar ook over gebroken familiebanden, vullen de podia. Zeker in niet- westerse culturen draagt de relatie tussen het individu en diens familie vaak een betekenis die veel verder reikt dan biologische bloedbanden en schematische stambomen. In het essay\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003ca href=\"https:\/\/e-tcetera.be\/wp-admin\/post.php?post=24836\u0026amp;action=edit\"\u003e\u003cem\u003eWho are you from?\u003c\/em\u003e\u003c\/a\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003ebuigt Caroline Lee-Jeong zich over hoe theatermakers met diverse achtergronden hun genealogie thematiseren en in vraag stellen. Ook\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003ca href=\"https:\/\/e-tcetera.be\/longread\/the-elusive-family\/\"\u003eOxana Sankova vraagt zich af hoezeer ons idee over familie cultureel bepaald is,\u003c\/a\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003een Furkan Ak\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003ca href=\"https:\/\/e-tcetera.be\/longread\/ghosts-stories-and-spectral-traces\/\"\u003ebeschrijft hoe generaties die ons voorgingen door ons leven blijven ‘spoken’.\u003c\/a\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eAangezien familie een hot topic is, is het des te opvallender dat sociale afkomst en het privilege dat ermee gepaard gaat in de kunsten veelal onbesproken blijven. Je hoeft geen nepobaby te zijn of uit een van de vele theaterdynastieën die België rijk is te stammen om in te zien dat sommigen onder ons veel makkelijker toegang krijgen tot het kunstenveld, een wereld die nog steeds grotendeels geregeerd wordt door persoonlijke contacten. In de theatersector wordt — terecht — druk gedebatteerd over fair pay en betere cao’s, maar durven we het wel genoeg over sociale klasse te hebben? Wie kan het zich eigenlijk veroorloven om in deze onderbetaalde, oververmoeide branche aan de slag te blijven? In\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003ca href=\"https:\/\/e-tcetera.be\/longread\/klassenpijn\/\"\u003e\u003cem\u003eKlassenpijn\u003c\/em\u003e\u003c\/a\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003egetuigt Dominique Willaert over zijn met momenten moeizame parcours van een West-Vlaams arbeidersgezin naar de podiumkunsten.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eDeze en vele andere vragen stellen de auteurs van dit nummer in hun bijdragen. Wat vaststaat, is dat familie een niet te onderschatten factor is in het bepalen van wie we zijn en wat we doen. Stof genoeg voor reflectie dus.\u003c\/p\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e\n\u003c\/div\u003e","brand":"Etcetera","offers":[{"title":"Op papier","offer_id":53120871334215,"sku":null,"price":9.0,"currency_code":"EUR","in_stock":true}],"thumbnail_url":"\/\/cdn.shopify.com\/s\/files\/1\/0288\/2384\/7015\/files\/Etcetera_177_cover.jpg?v=1768227191"},{"product_id":"etcetera-nr-178","title":"Etcetera Nr. 178","description":"\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cstrong\u003eAmusement\u003c\/strong\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cem\u003eInspannende ontspanning\u003c\/em\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eOnlangs richtte cultuursocioloog Rudi Laermans zich in\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003erekto:verso\u003c\/em\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003etot de ‘culturele omnivoor’: de alleseter voor wie de nieuwste Netflix-hit evenveel studie verdient als de jongste Gouden Palm-winnaar. Naar Beyoncé luisteren is allang niet minder cultureel verantwoord dan luisteren naar Beethoven.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eGesprekken in theaterfoyers en aan onze redactietafel wisselen inderdaad vrolijk tussen hoog en laag: een interpretatie van een Taylor Swift-single, een dissectie van Shakespeare of een huis-tuin en-keukenpsychoanalyse van een personage uit\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003eSuccession\u003c\/em\u003e. Die vervaging tussen highbrow en lowbrow resulteert volgens Laermans in een ‘nieuwe legitieme cultuur’: ‘geen hoge cultuur naar oud burgerlijk recept, maar hoogstaand vermaak’.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eWat met hoogstaand vermaak in het theater? Wat betekent ‘amusement’ als theatrale kwaliteit? Het draait om aandacht: amuseren is ontspannen, bevestigd en behaagd worden. Het biedt mogelijkheden: er komt volk op af, het is anti-elitair, en natuurlijk vooral leuk. Maar er zijn ook problemen: in deze wereld van klimaatcatastrofes, autoritair rechts en genocides mogen we ons niet troostend in slaap laten wiegen.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eTheater hoeft ons misschien niet altijd, naar brechtiaanse traditie, wakker te schudden, maar het moet ons op z’n minst wakker houden. Voor\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003eEtcetera 178\u003c\/em\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003egingen we op zoek naar slim entertainment, naar kritisch plezier, naar ‘moeilijk’ amusement, dat pleaset én pest. We zochten het beste van twee werelden, voorbij het schisma tussen ‘leuke vlucht’ en ‘ernstige confrontatie’.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eVerschillende makers bewijzen namelijk dat amusement ook een soort ‘inspannende ontspanning’ kan bieden: een zinderend spektakel of een lustige show die het publiek niet passief laat toekijken, maar juist activeert. Theater dat verrukkelijk smaakt en er makkelijk ingaat, maar toch pittig is.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eNatalie Gielen lachte zich bijvoorbeeld een breuk met\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003eElektra Unbound\u003c\/em\u003e,\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003eUp Your Ass\u003c\/em\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003een\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003eGerman Staatstheater\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003c\/em\u003e— voorstellingen vol overgave en ironische humor, die aanstekelijk werkt maar waaronder een oprecht engagement schuilt.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eOok het werk van Florentina Holzinger barst van spektakel, stunts en sensatie, maar is scherp als een vleeshaak. ‘\u003cem\u003eA Holzinger performance is less an “elevation” of a form of entertainment or spectacle than it is itself a form of expertly, artistically crafted entertainment spectacle\u003c\/em\u003e’, schrijft Anna Leon over Holzingers oeuvre.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eCirq, het Gentse satirecollectief, verheft sappigheid tot strategie. Hun ongeremde volksfeesten drijven op ongemak en provocatie, en hun oeuvre leest als het strafblad van een artistieke draaideurcrimineel. Floris Baeke sprak met bezieler Xavier Cloet over die ‘experimentele volkskunst’. Hoe kan het volkse in al zijn boertige glorie ook progressief en emanciperend zijn?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eOf denk aan Jetse Batelaan die, zo vertelde hij aan Evelyne Coussens, altijd iets zoekt ‘wat de aandacht van het publiek legitimeert, waardoor het bij voorbaat waar krijgt voor z’n geld’. Die ‘entertainende vorm’ herbergt een bewustzijn van de realiteit — een boodschap, zeg maar — niet kant-en-klaar geserveerd, maar een die opstijgt uit de vorm en je besluipt, verwart, afmat.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eTheater kan ook ‘een leuk avondje uit’ zijn, naar de titel van Batelaans antimusical die op de cover prijkt. Kijken we namelijk niet te snel over musical heen, waardoor we een genre dat zoveel te bieden heeft, doodslaan? Zodat het alleen nog in de Samsonworstmal van Studio 100 past? Hoe ziet het musicallandschap in Vlaanderen eruit en waar willen we ermee naartoe, vraagt Berten Vanderbruggen zich af.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eWouter Hillaert stelde die vraag ook aan een panel experts: Bart Caron, Stany Crets, Stijn Devillé en Stephanie D’Hose. Het podiumkunstenlandschap lijkt wel een tweestromenland, met links de zogenoemd ‘moeilijke’ gesubsidieerde sector, en rechts het zogenoemd ‘makkelijke’ commerciële circuit. Hoe kan het beleid, dat nu vooral één kant op kijkt, de noden en kansen in het héle veld blijven financieren?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003ePolitiek is één groot theater, horen we vaak. Was dat maar zo, denkt politiek filosoof Thomas Decreus. Anders dan het media-politieke complex, biedt het theater nog een ruimte voor gedeelde aandacht en experiment, waar we wél geactiveerd en gerepresenteerd worden. Theater als antidotum tegen ‘stupiditeit’: geen domheid, maar een toestand van verbijstering, verdoving, kritiekloze verbazing.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003ePretparken zijn universa van amusement, en dus oorden van stupiditeit. Disneyland is misschien wel de ultieme kapitalistische kitsch: bedwelmd door rozengeur en maneschijn vergeten we daar de uitlaatgassen van onze Ryanair-vlucht en het tl-licht van sweatshops. De Efteling is anders, zegt theatermaker Joeri Happel: het wordt weleens\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003e\u003cem\u003edark Disneyland\u003c\/em\u003e\u003cspan\u003e \u003c\/span\u003egenoemd. In een brief aan zijn collega’s neemt hij het op voor de escapistische kracht van zijn lievelingsplek, die hij met Geert Wilders deelt.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eNiet te vergeten: wie het lezen even moe is, kan zich laven aan onze spelletjeshoek. Puzzel mee met Simons crypto, of stel zelf je recensie samen in onze Eerste Hulp Bij Recensies-rubriek.\u003c\/p\u003e","brand":"Etcetera","offers":[{"title":"Op papier","offer_id":53120875888967,"sku":null,"price":9.0,"currency_code":"EUR","in_stock":true}],"thumbnail_url":"\/\/cdn.shopify.com\/s\/files\/1\/0288\/2384\/7015\/files\/Etcetera_178_cover.jpg?v=1768227254"},{"product_id":"etcetera-nr-179","title":"Etcetera Nr. 179","description":"\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cstrong\u003eBelichaamd erfgoed\u003c\/strong\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eDans, als een belichaamde praktijk en kunstvorm, bestaat in het moment van de uitvoering. Wat daarna rest, is niet de dans zelf, maar wel diverse sporen en echo’s: de kennis en ervaring van de dansers, herinneringen bij het publiek en mogelijk materiële getuigen zoals een video-opname van een voorstelling, repetitie of les, notitieboekjes, lichtplannen, foto’s en beschrijvende teksten. Dat is het vraagstuk van het immateriële danserfgoed: hoe ‘bewaar’ je dans als levende praktijk, zodat ze doorgegeven kan worden aan nieuwe generaties dans(mak)ers en publieken? Het stelt uitdagingen voor het concrete werk in het dansveld, maar levert ook heerlijke paradoxen op om in te duiken: hoe bewaar je wat niet tastbaar is? Hoe grijp je vast wat altijd beweegt en geen definitieve vorm heeft? Hoe til je iets naar de toekomst wat zo verbonden is met het hier en nu? En waarom precies zou je dat willen doen?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003e\u003cspan style=\"text-decoration: underline;\"\u003eTransmissie\u003c\/span\u003e\u003cbr\u003eDe logica’s of waardenkaders aan de basis van enerzijds de kunsten en anderzijds cultureel erfgoed kunnen behoorlijk\u003cbr\u003emet elkaar schuren. Het is niet eenvoudig om in professionele hedendaagsedansmiddens de term ‘erfgoed’ op tafel te leggen: het is niet hip, niet jong, en het houdt zich bezig met het verleden en — erger nog — met ‘gevestigde waarden’ en conservatieve ideologieën. Wie zich in het erfgoedveld engageert, weet echter dat die associaties niet kloppen en dat de opvattingen over erfgoed de laatste decennia sterk in beweging zijn. Cultureel erfgoed gaat niet alleen over het zorgvuldig bewaren van wat waardevol was, maar wel over wat het vandaag kan betekenen. Het is het punt waarop verleden en toekomst samenkomen.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eHet gaat ook niet over een afgebakend deel van de praktijk — de canon, het bekende repertoire — maar over het erfgoed van een hele dansgemeenschap, dwars door de verschillende generaties heen. Het codewoord is niet ‘bewaren’, wel ‘transmissie’ of over- dracht. Dat doorgeven gaat ook altijd gepaard met een negotiatie en transformatie, door kunstenaars die vandaag met werk van vroeger aan de slag gaan — hun eigen werk of dat van anderen.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eIn die weerstand tegenover erfgoed zit ook een gewrongen zelfbeeld van dans als hedendaagse kunstpraktijk. Die ziet zichzelf als een zone waarin vernieuwing en niet traditie\u003cbr\u003ede stuwende kracht is. Traditie is ‘niet-hedendaags’ en wordt met traditionalisme en verstarring geassocieerd. In zijn bijdrage in deze Etcetera haalt Timmy De Laet deze tweedeling onderuit. ‘Het nieuwe’ opereert nooit in een vacuüm en kan zich überhaupt nooit als nieuw definiëren zonder dat te doen in relatie tot wat voorheen was. Net zoals tradities altijd ook dynamisch zijn en evolueren.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eTegelijk leeft dat dominante discours van vernieuwing en toekomstgerichtheid — misschien verrassend onproblematisch — in een praktijkgemeenschap van dansers, dansmakers en docenten die wel degelijk weten én waarderen dat ze via dans deel uitmaken van een eindeloos vertakkende keten, waarin praktijk, metier en ervaring nog altijd primair op een ambachtelijke manier worden doorgegeven: van mens tot mens, van lichaam tot lichaam. Dat blijft de kern, ook al zijn er intussen heel wat technologische mogelijkheden of media die transmissie kunnen faciliteren. Binnen die keten wordt de geschiedenis van dans overigens niet alleen bijeengehouden door de namen van choreografen, markante voorstellingen of erkende instellingen, maar ook door een breder web van practitioners. Etcetera nodigde Lukah Katangila, Lisi Estaras en Marc Vanrunxt uit om een ode te brengen aan een mentor of iemand die een wezenlijke stempel heeft gedrukt op hun ontwikkeling als danser en maker. Zo maken ze de betekenisvolle verbindingen tussen de individuen in het web zichtbaar.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eHet doet denken aan de metaforen die Diane Madden, Barbara Kaufmann en Laura Aris gebruikten om hun cruciale, maar vaak onzichtbare rol als rehearsal director of repetitor bij repertoire- werk te omschrijven (respectievelijk bij Trisha Brown Company, Tanztheater Wuppertal\/Pina Bausch en Ultima Vez). Tijdens het symposium over nalatenschappen en repertoire in de dans,\u003cbr\u003ein september 2024 georganiseerd door STUK, Universiteit Antwerpen en Opera Ballet Vlaanderen, vergeleken zij hun rol met die van een kapitein op een schip. Een kapitein die weet hoe richting de oever te navigeren, rekening houdend met het klimaat en de beschikbare middelen, steeds met zorg voor en kennis van de capaciteiten van de bemanning. Ze omschreven zichzelf als katalysatoren die impulsen geven, ambassadeurs van de makers wier werk ze doorgeven, en bruggenbouwers tussen verleden en toekomst. Tegelijk zijn zij ook degenen die op de werkvloer the dirty work doen, die navigeren langs obstakels en problemen.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003e\u003cspan style=\"text-decoration: underline;\"\u003ePraktijkgemeenschappen\u003c\/span\u003e\u003cbr\u003eDe tekst van Rósa Ómarsdóttir toont vanuit een heel ander perspectief hoe dans in de praktijk vorm krijgt door transmissieprocessen heen. Vanuit het concept van secondhand knowledge en haar veldwerk in negen landen in Europa en het Midden-Oosten, gelegen in ‘de periferie’ en weg van de ‘centra’ van de hedendaagse dans, schetst ze hoe dansvoorstellingen en choreografische praktijken die perifere plekken slechts bereiken via diverse tussenstappen en mediale bemiddeling, met alle transformaties van dien. Ómarsdóttir gebruikt het beeld van het kinderspel Chinese whispers, waarbij de boodschap die kinderen elkaar influisteren bij elk luisteren en fluisteren in de rij onvermijdelijk transformeert. Diezelfde referentie komt terug in de bijdrage van Zoë Demoustier, de neerslag van haar voordracht tijdens het eerder genoemde symposium over nalaten- schappen en repertoire. In haar artistiek onderzoek The Flemish Wave Revisited focust ze op intergenerationele ontmoetingen en hoe in reeds bestaand dansmateriaal plaats gemaakt kan worden voor nieuwe toevoegingen van de dansers van vandaag. Maar ze vertrekt ook vanuit het perspectief van het publiek, en vanuit de vraag wat van de dans in hun herinnering blijft hangen. Hoewel de podiumkunsten gedefinieerd en gevierd worden als een live ontmoeting tussen kunstenaars en publiek, bevatten de bestaande dansarchieven maar bitter weinig getuigenissen van toeschouwers. Nochtans dragen en bepalen zij mee het collectieve geheugen van de dans en de maatschappelijke context waarin ze zit ingebed.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eHet is een andere set van waarden die de kunsten- en de erfgoedwereld wel doen botsen: die tussen het individu en de gemeen- schap. Terwijl de kunstwereld doorgaans de individuele maker,\u003cbr\u003ede kunstenaar en diens unieke signatuur centraal stelt, vertrekt (immaterieel) cultureel erfgoed typisch vanuit de gemeenschap als drager van het erfgoed. Wat wordt er mogelijk als we dat erfgoed- perspectief meer in de kunsten zouden injecteren? Wat zou het betekenen als niet alleen ‘het dansen’ een breed gedeelde praktijk zou zijn, maar we ook toelaten dat danstechnieken en ook (delen van) choreografieën meer gemeengoed, wat meer ‘volksdansen’, zouden worden, voorbij de strikte kaders van auteursrecht? Wat zouden we daarvoor moeten loslaten en wat kan het opleveren voor de plaats van dans in de samenleving? Op dat tere punt duwt Michiel Vandevelde in zijn tekst. Danserfgoed draait vandaag niet alleen om de dans zelf, maar ook om de legacy van kunstenaars en het consolideren van een naam, signatuur en machtspositie, zo stelt hij. Vandevelde liet zich voor zijn dansritueel Infinite Dances inspireren door Anna Halprin, wier Planetary Dance zich als een sociale praktijk toonde waarbij een gemeenschap verantwoordelijkheid neemt en de dans loskomt van de choreograaf.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eDeze beweging naar het decentraliseren van het auteurschap en de mogelijkheid tot commoning van dans staat in een interessante spanning met pleidooien die vandaag óók weerklinken: die voor de erkenning van het medeauteurschap van andere betrokkenen in het maakproces, zoals dansers, performers of ontwerpers.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eDe roep om het auteurschap te delen of te verbreden sluit aan bij het decentraliseren van de choreograaf als enige auteur. Het gaat hier echter niet alleen om het belang van symbolische erkenning, maar mogelijk ook om copyrightclaims en de vertaling van die erkenning in hard cash. De restrictieve juridische kaders van het auteursrecht hebben heel wat minder te maken met de geest van het gemeengoed, het erfgoed. In zes korte verhalen, gebaseerd op ontmoetingen en eigen ervaringen, duikt Ilse Ghekiere in bijbehorende vraagstukken, vanuit het perspectief van de performer.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eEen gelijkaardige spanning speelt in de discussies over culturele appropriatie. Enerzijds leven we in een creatieve tijd van editing en sampling van materiaal uit de eindeloze bronnen die een globale internetcultuur ons biedt. Daartegenover staat de kritiek op het onzorgvuldig en respectloos eigen maken (of appropriëren) van creatieve of culturele uitingen zonder de originele makers of gemeenschappen de erkenning te geven die ze verdienen. Ook hier speelt niet louter de symbolische erkenning, maar ook de claim dat een deel van de opbrengsten die dankzij het initiële werk gerealiseerd worden, moet terugvloeien naar de bron.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003e\u003cspan style=\"text-decoration: underline;\"\u003eMacht en diversiteit\u003c\/span\u003e\u003cbr\u003eErfgoed gaat over bewaren én weggooien, zoals geschiedschrijving gaat over onthouden én vergeten. Dat impliceert dat er selecties gemaakt (moeten) worden en in die selecties spelen machts- mechanismen een rol. Wie heeft de macht om te bepalen welke maker de geschiedenis haalt en welke niet? Welk artistiek werk onthouden wordt en welk niet? Welke danspraktijken en -gemeenschappen worden erkend als relevant voor de ontwikkeling van de kunstwereld, en welke niet? De (bewuste en onbewuste) mechanismen die de hiërarchieën installeren zijn onder andere aan het werk in de verdeling van de middelen voor productie en presentatie van dans, maar ook in de middelen voor de aanmaak van de materiële sporen die noodzakelijk zijn om de herinnering later mogelijk te maken: stukken van critici in vaktijdschriften en kranten, de zorgvuldige documentatie van de praktijk, academisch onderzoek, en de geduldige en gedegen aanleg van archieven.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eVandaag worden machtsmechanismen terecht in vraag gesteld, niet alleen in het kunstenveld zelf, maar ook in de academische danswetenschap en de kritische reflectie op geschiedschrijving en archivering van dans. Het dekoloniseren van de dansgeschiedenis vormt daarin een van de programmapunten. De bijdragen van Rósa Ómarsdóttir en caterina daniela mora jara reveleren treffend de geleefde ervaring van dansers en performers die in een niet-westerse, postkoloniale context opgroeien, waarin de Europese en Amerikaanse dans het referentiepunt vorm(d)en. Ze beschrijven hoe dansers wereldwijd gretig op zoek gaan naar kennis van ‘de grote namen’ van de westerse moderne en hedendaagse dans, maar zich tegelijk ook afvragen wat de plaats is van hun eigen (IJslandse, Perzische, Argentijnse, Baltische…) danstradities. Mora jara beschrijft hoe ze op haar negende, na een opmerking van haar balletleraar, besliste dat ze maar beter kon stoppen met flamenco. Later verwijderde ze haar training in tango en Argentijnse folkloredans uit haar cv. Maar vandaag is de zogenaamde ‘impurity’ van haar danservaringen juist haar uitgangspunt. Dansen die institutioneel gescheiden worden en aan een andere blik en waardering worden onderworpen, leven in één lichaam samen. De ‘conflicted embodiment’ die dat oplevert, is niet alleen complex en pijnlijk, maar kan ook aangeboord worden als een generatieve bron.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eIn danswetenschap en archiefstudies is een beweging ingezet richting meer diverse en inclusieve archieven, waarin een grotere diversiteit aan stemmen, perspectieven en genres een plek en dus ook erkenning krijgen. Dat vertaalt zich onder andere in oral history-projecten, waarbij primaire getuigen en personen geïnterviewd worden die bij voorstellingen of specifieke artistieke community’s betrokken waren — met als meest gekende voorloper ‘The Dance Oral History Project’ van de Jerome Robbins Dance Division in de New York Public Library, een project dat al in 1974 gestart is. Daarnaast wordt ook geëxperimenteerd met meer participatieve archiefpraktijken, om de meerstemmigheid, toegankelijkheid en leesbaarheid van archieven te vergroten. Het is een van de opdrachten voor chroniqueurs van dans en danserfgoed vandaag: kritisch terugkijken op hoe de dansgeschiedenis tot nog toe is verteld, welke mechanismen daarin een rol hebben gespeeld en of daarop vandaag correcties nodig (en mogelijk) zijn. Het gaat daarbij niet zozeer over het uitwissen van de reeds vertelde verhalen, maar wel over het aanvullen met andere stemmen en perspectieven. Dat uitdagen van de geijkte verhalen hoeft overigens niet altijd op een serieuze of louter academische manier, maar kan ook speels en speculatief zijn. Met haar collage, het resultaat van een duik in archieven en databanken op zoek naar beelden van dans en choreografie in de samenleving en visuele cultuur, houdt Lynn Van Oijstaeijen ons een associatief en wervelend beeld van het jaar 1997 voor.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003e\u003cspan style=\"text-decoration: underline;\"\u003eArchiefnood\u003c\/span\u003e\u003cbr\u003eElk pleidooi voor het aanvullen van dansarchieven met diverser standpunten en voor het in staat stellen van diverse dansspelers om hun eigen praktijk te archiveren, kan de indruk wekken dat er een degelijk netwerk aan instellingen bestaat voor het opbouwen en ontsluiten van dansarchieven. Niets is minder waar, althans in onze contreien. Vlaanderen heeft op dit moment geen culturele archiefinstelling die zich in podiumkunsten of dans specialiseert. Spelers uit het dansveld hebben dus geen gedeelde plek waar ze hun archiefmateriaal kunnen onderbrengen voor duurzame bewaring — tijdens of na hun loopbaan of bestaan. Vandaag moet elk individu of gezelschap apart op pad en rekenen op de goodwill van bijvoorbeeld de stadsarchieven. Bewaren is de eerste nood, maar een archief heeft pas betekenis als het ook ontsloten en geraadpleegd kan worden. Doordat geen van de bestaande culturele archiefinstellingen expertise heeft in dans, blijft ook het toegankelijk maken van de wel bewaarde archieven een probleem. Bovendien liggen de bestaande dansarchieven verspreid over het hele land. Al deze factoren maken het bijzonder moeilijk om het veld terugblikkend te overzien — onder meer door linken te leggen tussen spelers, tendensen in kaart te brengen en grip te krijgen op de maatschappelijke context waarin dans gedijt.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eDe kaarten lagen rond de eeuwwisseling nochtans anders. Voordat het Letterenhuis in Antwerpen in 2002 een scherpere profilering richting literair erfgoed kreeg, had het als AMVC (Archief en Museum voor het Vlaams Cultuurleven) ook een expliciete opdracht voor dans en theater. Met het afbouwen van het documentatie- centrum van het vroegere Vlaams Theaterinstituut, in de periode van de fusie van de steunpunten tot Kunstenpunt (2015), is ook daar de bewuste opbouw van een veldoverzicht, complementair aan wat elk gezelschap van en over zichzelf bijhoudt, verdwenen. (Het tijdschrift Documenta bracht in 2021 een sterk themanummer uit met de titel ‘Getuigen van het dansverleden: de archivering van dans in Vlaanderen’, waarin historicus Staf Vos dit in kaart bracht). Aan Franstalige zijde blijft Contredanse, met zijn documentatiewerking, publicatiebeleid en brede, internationale blik, daarom een baken.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eDat gebrek aan de nodige institutionele infrastructuur staat in schril contrast met de renommee van het rijke en gelaagde veld van de hedendaagse dans in Vlaanderen. Een van de sterktes van het Vlaamse cultuurbeleid: rekenen op individueel initiatief van onderuit, werkt in deze context als een zwakte. Wat vandaag nodig is, is een visie en gecoördineerde actie van bovenaf. De roep om een instelling die met de nodige expertise aan archiefverwerving en ontsluiting kan doen voor dans, klinkt daarom steeds luider. De kwestie wordt des te urgenter nu een hele generatie vooraanstaande danskunstenaars richting het einde van hun carrière bewegen. Als hun archieven naar het buitenland zouden verdwijnen, wordt dat materiaal niet alleen veel moeilijker toegankelijk, maar verliezen we ook de hefboom die deze symbolisch belangrijke archieven voor de rest van het veld kunnen vormen. Deze inleiding begon bij het immateriële erfgoed van dans en de transmissie van choreografisch werk als levende praktijk. Maar die trans- missie kan alleen floreren met een stevige materiële onderbouw, die diverse vormen van documentatie en archivering ondersteunt.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eMet deze editie van Etcetera hopen we ook aan transmissie te doen, aan het ontsluiten van praktijken en vormen van belichaamde kennis, die op hun beurt weer kunnen aanzetten tot antwoorden en verwerkingen. Fysiek, discursief, of ergens tussen beide in.\u003c\/p\u003e","brand":"Etcetera","offers":[{"title":"Op papier","offer_id":53120883556679,"sku":null,"price":9.0,"currency_code":"EUR","in_stock":true}],"thumbnail_url":"\/\/cdn.shopify.com\/s\/files\/1\/0288\/2384\/7015\/files\/Etcetera_179_cover.jpg?v=1768227373"},{"product_id":"etcetera-nr-180","title":"Etcetera Nr. 180","description":"\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cstrong\u003eFictie\u003c\/strong\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003e\u003cem\u003eOngemakkelijke ficties\u003c\/em\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eWelke fictiewerk zou jij ensceneren en hoe zou je dat doen?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eHet is een vraag die we verschillende makers voorlegden. Ikzelf zou een roman theatraliseren die niet, of nog niet, bestaat: een gefictionaliseerd portret van de Italiaanse schrijver Umberto Eco. The Fearful Fall from Fictions, zou de titel zijn. Natuurlijk verschenen er verschillende boeken over het leven en het werk  van Eco. Maar geen ervan staat stil bij wat ik zou belichten: hoe een bezorgdheid om de toestand van de wereld almaar oprukt in zijn teksten, terwijl het verweven van ficties, het verzinnen en liegen, eruit verdwijnt. Alsof hij zich ontpopte van leugenaar tot bezorgd vertegenwoordiger van grootouders-voor-het-klimaat.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eIn 1980 veroverde Eco de literaire wereld met zijn debuut, De naam van de roos, een detectiveroman waarin Broeder William van Baskerville en zijn jonge rechterhand Adson moorden in een abdij oplossen. Aan het einde komen ze onder ogen dat hun speurwerk niet naar de waarheid leidt, maar naar een afgrond. Omdat alle abdijbewoners geloven dat er een complot tegen hen wordt beraamd, zien ze overal vijanden en maken ze zich schuldig aan moord. Maar er is geen complot. Er zijn slechts misleidende verhalen. Het enige wat William en Adson nog kunnen doen, is hun ‘ongezonde hartstocht voor de waarheid’ loslaten. Leve de dwaling! Leve het wemelen van narratieven! Leve het oneindige interpreteren! Eco neemt zijn lezers gedurende zeshonderd pagina’s mee langs verhalen, langs verhalen over verhalen, en verhalen in verhalen. Er is geen goddelijk plan, geen geruststellende grond van waarheid. Er zijn alleen maar ficties.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eVeertig jaar later maakt de waarheid die Eco in zijn werk had afgeschreven een terugkeer. De auteur vraagt zich in Chronicles of a Liquid Society af hoe zijn kleinzoon naar het woord ‘lente’ zal kijken wanneer het kind voor het eerst een gedicht leest. ‘Zal de lente een zeldzaamheid worden nu de seizoenen vervagen, als sneeuw in de winter?’ Eco publiceert vanaf dat moment voornamelijk non-fictie. Het creëren van de vijand is de vertaling van zijn laatste bundeling van essays. Daarin schetst hij hoe het Westen volgens hem verslaafd is aan het verzinnen van een vijand. ‘Door die ander te reduceren tot niet meer dan een vijand creëren wij op aarde onze eigen hel’, besluit hij.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eChronologisch door Eco’s oeuvre bladeren leest alsof je alle speelse mogelijkheid tot fictie langzaam ziet verdwijnen, terwijl een ongemakkelijke werkelijkheid komt bloot te liggen. Die werkelijkheid is niet langer de goddeloze afgrond uit zijn debuut, maar een kluwen van politiek, ecologisch en koloniaal geweld. ‘On Racism’, ‘On Cell Phones’, ‘On Conspiracies’, ‘On Hatred and Death’ — dat zijn de titels van de hoofdstukken die hij aan zijn columns gaf. Enkele weken voor zijn dood in 2016 brengt hij zijn laatste column uit, over fake news en het leren onderscheiden van valse en echte informatie. Hij trekt zich terug in zijn landhuis in Milaan met meer dan 30.000 boeken en overlijdt.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003e\u003cspan style=\"text-decoration: underline;\"\u003eeen verloren gevoel voor onderscheid\u003c\/span\u003e\u003cbr\u003eNatuurlijk sluiten het bedrijven van fictie en een diepe bekommernis om de wereld elkaar niet uit. En is ‘fictief’ geen synoniem voor ‘onecht’. Toch vroegen wij, de redactie, ons tijdens de voor­bereidende gesprekken voor dit nummer af waarom zoveel makers fictie zonder expliciete duiding of verantwoording lijken te schuwen. Is de actualiteit te chaotisch en gewelddadig? Of zijn we in de ban van persoonlijkheidcultussen?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eIk moest opnieuw aan De naam van de roos denken, om een iets schunnigere reden. Halverwege het boek laat Eco Adson voor het eerst vrijen. ‘Op dat ogenblik verdween in mij het waakzame gevoel voor onderscheid’, bedenkt Adson alvorens hij zich overgeeft aan ‘de zwijmeling van de zinnen’.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eHet duizelingwekkende ‘verdwijnen van het gevoel voor onderscheid’ leek me niet alleen een omschrijving voor Adsons exaltatie, maar ook voor onze worstelingen met fictie. De afgelopen jaren verwaterde het onderscheid tussen fictie en non-fictie vaak, en niet alleen in het podiumveld. Wereldleiders gaan er prat op dat ze openlijk liegen. Ministers verantwoorden met drogredeneringen waarom ze de grondwet moeten overschrijden en de rechtsstaat schenden, of enten hun beleid op een hersenschim. In de kunsten veroorzaakten verschillende publicaties en voorstellingen verwarring over wat waar is — over wat binnen de kaften van een boek of in de context van een voorstelling waar moet zijn.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eIs verbeelding een bedreiging geworden?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eMoeten we het onderscheid tussen echt en vals opnieuw definiëren?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eOf was mijn idee van fictie als een vrijplaats voor verbeelding achterhaald? Misschien was Eco wel de belichaming van zo’n vrijplaats, én van hoe een echte wereld haar uiteindelijk onmogelijk maakte.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003e\u003cspan style=\"text-decoration: underline;\"\u003everruimen en verwarren\u003c\/span\u003e\u003cbr\u003eDe auteurs die met onze vragen aan de slag gingen, zijn minder nostalgisch. Evelyne Coussens schreef over de betekenis en de evolutie van fictie en realiteit in het werk van Berlin. Karlijn Sileghem beschouwt de vierde wand als een grens tussen werkelijkheden. Alexander Deprez buigt zich over het dagboek van de Duitse auteur Erich Kästner uit de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog. Hij trekt wrange parallellen met vandaag en houdt een vurig pleidooi om collectief, al schrijvende, in beweging te komen. Het is een overtuiging die echoot door het gesprek dat Catho De Cordt voerde met Julie Cafmeyer en Charlotte Van den Broeck — een beschouwing over levenskunst, vrouwelijkheid, erotiek en rust. Ze hebben het ook over het hanteren van fictie om grensoverschrijdend gedrag te bespreken. Kan, mag of moet fictie over grensoverschrijding zelf grenzen overschrijden?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eNatalie Gielen verkent in haar essay over kunstwerken met en door (ex-)gevangenen het verruimende en verwarrende potentieel van fictie. Simon Baetens onderzoekt dan weer de relatie tussen fictie en authenticiteit naar aanleiding van zijn voorstelling I’m Not Done, en getuigt over hoe hij een ruimte wilde scheppen voor niet-alledaagse logica’s. Alina Savitskaya beschrijft hoe ze in een dictatuur naar een voorstelling ging kijken. Haar reflecties doen nadenken over hoeveel gevaar fictie, of de mogelijkheid van fictie, kan uitstralen. Een mogelijkheid die met vele vormen van geweld bestreden wordt, ook in België. Liv Laveyne ging in gesprek met verschillende makers over hoe de tolerantie voor verbeelding in het jeugdtheater lijkt af te nemen.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003e\u003cspan style=\"text-decoration: underline;\"\u003eeen ongemakkelijk aftasten\u003c\/span\u003e\u003cbr\u003eWe ronden dit nummer af met gedroomde voorstellingen van Louise Bergez, Melissa Mabesoone, Edoardo Ripani, Lisah Adeaga en Kristien De Proost, en eindigen met een brief waarmee Maaike Neuville op de grens tussen fictie en non-fictie balanceert. Haar brief is gericht aan de kat Fictie uit haar debuutroman Zij. Neuville roept op om ons te oefenen in ongemak en haakt zo in op Eco’s vragen over het creëren van de vijand. Het was Neuvilles brief die ons voor de titel van dit editoriaal inspireerde.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eDe daad van het fictionaliseren, het fantaseren, is wellicht van alle tijden. Met dit nummer in mijn hand, vraag ik me echter af of fictie aan het transformeren is. Neemt fictie — het smeedwerk van betekenisvolle verbanden — in onze wereld een nieuwe vorm aan? Eist ze een andere plaats op? Wat zou Eco denken? Zo’n transformerende vorm van fictie heeft hij niet voorspeld, noch de contouren ervan voorvoeld. In afwachting van zekerheid hoop ik alvast om met dit nummer vragen over fictie aan te wakkeren of aan te scherpen. Misschien kunnen we ons op die manier bekwamen in de ongemakkelijke zoektochten die ons te wachten staan.\u003c\/p\u003e","brand":"Etcetera","offers":[{"title":"Op papier","offer_id":53120896368967,"sku":null,"price":9.0,"currency_code":"EUR","in_stock":true}],"thumbnail_url":"\/\/cdn.shopify.com\/s\/files\/1\/0288\/2384\/7015\/files\/Etcetera_180_cover.jpg?v=1768227493"},{"product_id":"etcetera-nr-181","title":"Etcetera Nr. 181","description":"\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cstrong\u003eSonic scenes\u003c\/strong\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eGeluid speelt in vrijwel elke voorstelling of performance een belangrijke rol. In de vorm van muziek, als sfeermaker; als soundscape, om ook auditief een wereld te scheppen; of als autonome stem, klank die als klank aanwezig is en onderzocht wordt. Toch wordt geluid zelden belicht of besproken als kunstvorm an sich. Al te vaak wordt het gezien als iets ondersteunends, dienstbaar aan een groter geheel. Nochtans is het internationale (podium)kunstenveld heel wat eigenzinnige en getalenteerde geluidskunstenaars rijk, die elk op hun manier zowel bijdragen aan werk van anderen als een persoonlijkepraktijk en signatuur ontwikkelen.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eMet deze editie van Etcetera willen we inzoomen op de vele geluiden die onze podia luister geven, en daarmee ook op de artiesten achter die geluiden. Maar hoe begin je daaraan? Hoe maak je een overzicht van iets wat weinig in kaart is gebracht? Waar bevinden de verschillende sonic scenes zich en welke invloed oefenen ze uit op het podiumwerk waarmee ze zo nauw vervlochten zijn?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eOp zoek naar antwoorden gingen we in gesprek met gastredacteurs Myriam Van Imschoot en David Helbich. Ze zijn beiden makers, in vele betekenissen van het woord, die zich bezighouden met klank, in zo mogelijk nog meer betekenissen van het woord. Op een hete junidag spraken we elkaar rond de keukentafel in Davids appartement in Brussel. De witte gordijnen wapperden in de welgekomen bries en verhulden deels het uitzicht op het Justitiepaleis. De geluiden van de speelplaats van de nabijgelegen school en het sissende espresso­ apparaat vulden de ruimte.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eTijdens het gesprek hadden we het over het toenemende belang van outside ears, de persoon die iets over een bepaalde scene binnen de (podium)kunsten kan zeggen, zonder daarvandaan te komen. Zo kwamen we naadloos bij de spannende maar moeilijke opdracht die ons te wachten stond: het zichtbaar maken van de veelvormige weefsels van kennis over geluid. Wie moet zeker aan het woord komen? Welke personen die vandaag zelf niet (meer) over hun werk kunnen spreken, moeten via een andere stem een plek krijgen in de mozaïek die deze editie van Etcetera is?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eOok het idee van specialisme bespraken we uitvoerig. Moet je muziektheorie gestudeerd hebben om iets over geluid te kunnen zeggen? Wellicht niet. Toch hebben bepaalde mensen een soort zesde zintuig voor klank, en anderen niet. Hoe komt het bijvoorbeeld dat een bepaalde keuze van een dj ervoor zorgt dat iedereen ineens aan het dansen gaat? Voor de een is het een gevoelsmatige reactie, voor de andere een gevolg van een ritmische verschuiving die je zou kunnen analyseren. Beide zijn waardevol, en vermoedelijk zit er in het combineren van die beide soorten kennis een enorme rijkdom.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eAl vrij snel kwamen we tot het inzicht dat we in deze Etcetera zo veel mogelijk stemmen en soorten kennis aan het woord wilden laten. Niet louter vanuit theorie of beschouwing, maar vanuit de praktijk. Wat is het werk achter geluid? Hoe breng je een groep aan het (samen)zingen? Hoe klinkt een theaterzaal? Hoe ontwikkel je een gedeelde woordenschat over geluid? Wat is het belang van luisteren in dit alles?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eHet luidop stellen van al deze vragen resulteert een halfjaar later in een opeenvolging van beschouwingen en praktijken. Je kunt dit nummer opvatten als een performance over geluid, waarin elke scène wordt geregisseerd en gecomponeerd door een andere maker of denker. Niet vanuit een claim op volledigheid, maar juist vanuit een grote nieuwsgierigheid, een exploreren en openbreken van het mycelium van praktijken die klank maken, doorgeven en beschrijven.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eIn de opening act pleit David Helbich voor een nieuwe vorm van luisteren die geluid serieus neemt en naar waarde schat, als een act van cocreatie die een diepe impact heeft op de ervaring van het publiek in een theaterzaal. Myriam Van Imschoot tekent een bevlogen portret op van kunstenaar en stemdocent Jean-René Toussaint. Op het moment dat hij begint te dementeren, reflecteert Van Imschoot op de impact die hij heeft gehad op haar werk en dat van vele anderen. Voor choreografe Lisa Vereertbrugghen begint elke creatie met geluid. Pas wanneer ze weet hoe de voorstelling moet klinken, wordt duidelijk wat ze precies wil maken. Voor Etctetera deelt ze dialogen met haar vaste cocreator Michael Langeder, met als resultaat een zeldzame inkijk in een gesprek tussen artistieke verwanten en hun gedeelde vocabulaire.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eVoor maker en performer Jule Flierl is de stem een politiek gegeven. In haar essay brengt ze in kaart hoe de stem zich als een rode draad door haar creaties en samenwerkingen manifesteert. Ook het artistieke parcours van Jean-Baptiste Veyret-Logerias wordt bijeengehouden door een onophoudelijke fascinatie voor de stem. In gesprek met Simon Baetens brengt hij in kaart hoe het faciliteren van samenzingen hem steeds weer naar nieuwe plekken leidt. Friedemann Dupelius buigt zich over wat hij new vocality noemt. Vanuit gesprekken met leden van de collectieven Glossa en YouYou Group analyseert hij hoe auteurschap over vocale technieken steeds meer gedeeld wordt.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eIn de reeks Notes on Sound laten we maar liefst veertien geluidskunstenaars aan het woord. Wat kan werken met geluid betekenen? We vroegen hun om in de vorm van een kort statement of inzicht te inspireren en te ontwrichten. We sluiten af met een kort verhaal van Emi Kodama, over de vele onomatopeeën die het Japans rijk is en hoe geluiden in haar herinneringen een sleutelrol spelen.\u003c\/p\u003e","brand":"Etcetera","offers":[{"title":"Op papier","offer_id":53120912556359,"sku":null,"price":9.0,"currency_code":"EUR","in_stock":true}],"thumbnail_url":"\/\/cdn.shopify.com\/s\/files\/1\/0288\/2384\/7015\/files\/Etcetera_181_cover.jpg?v=1768227556"},{"product_id":"etcetera-nr-182","title":"Etcetera Nr. 182","description":"\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cb\u003e\u003cspan lang=\"NL-BE\" style=\"font-size: 11.0pt; mso-bidi-font-family: Calibri; mso-bidi-theme-font: minor-latin; mso-ansi-language: NL-BE;\"\u003eIn memoriam\u003c\/span\u003e\u003c\/b\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cspan lang=\"NL-BE\" style=\"font-size: 11.0pt; mso-bidi-font-family: Calibri; mso-bidi-theme-font: minor-latin; mso-ansi-language: NL-BE;\"\u003eDe dood gaat ons niets aan, schreef de Griekse filosoof Epikouros ooit. IN MEMORIAM vertrekt van het tegendeel: de dood gaat ons wel aan, luidt het mantra van dit nummer. Meer nog: het is het einde dat verbeelding mogelijk maakt. De dood is dus overal: zonder dood geen leven, zonder dood geen kunst. Dit nummer onderzoekt hoe theater de dood zichtbaar kan maken in een cultuur die haar vaak doodzwijgt, hoe kunst nieuwe vormen kan bieden om te rouwen en te communiceren met wie er niet meer is, en wat er gebeurt wanneer technologie belooft de grens tussen leven en dood te wissen.\u003c\/span\u003e\u003cspan style=\"font-size: 11.0pt; mso-bidi-font-family: Calibri; mso-bidi-theme-font: minor-latin;\"\u003e\u003c\/span\u003e\u003c\/p\u003e","brand":"Etcetera","offers":[{"title":"Op papier","offer_id":53697965162823,"sku":null,"price":9.0,"currency_code":"EUR","in_stock":true},{"title":"Digitaal","offer_id":53697976107335,"sku":null,"price":5.5,"currency_code":"EUR","in_stock":true}],"thumbnail_url":"\/\/cdn.shopify.com\/s\/files\/1\/0288\/2384\/7015\/files\/Etcetera_182_cover.png?v=1776095907"},{"product_id":"etcetera-nr-183","title":"Etcetera Nr. 183","description":"\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cb\u003e\u003cspan style=\"font-size: 11.0pt; mso-bidi-font-family: Calibri; mso-bidi-theme-font: minor-latin; mso-ansi-language: NL-BE;\"\u003eFascisme\u003c\/span\u003e\u003c\/b\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cspan style=\"font-size: 11.0pt; mso-bidi-font-family: Calibri; mso-bidi-theme-font: minor-latin; mso-ansi-language: NL-BE;\"\u003eHet 183ste nummer van Etcetera belicht het thema fascisme, in en vanuit de podiumkunsten. Met bijdragen van Karel Vanhaesebrouck, Evelyne Coussens, Wouter Hillaert, Jens Dewulf, Georg Döcker, Rodrigo Batista, Floris Baeke, Bojana Cvejić, Sanja Mitrović, Dalia Maini, Dagmar Herzog, Cosmin Costinaș en Klaas Tindemans.\u003c\/span\u003e\u003c\/p\u003e","brand":"Etcetera","offers":[{"title":"Op papier","offer_id":54926126580039,"sku":null,"price":9.0,"currency_code":"EUR","in_stock":true},{"title":"Digitaal","offer_id":54926126612807,"sku":null,"price":5.5,"currency_code":"EUR","in_stock":true}],"thumbnail_url":"\/\/cdn.shopify.com\/s\/files\/1\/0288\/2384\/7015\/files\/Etcetera_183_cover.jpg?v=1788862693"}],"thumbnail_url":"\/\/cdn.shopify.com\/s\/files\/1\/0288\/2384\/7015\/collections\/etcetera_Bewerkt.png?v=1776769341","url":"https:\/\/www.tijdschriftenwinkel.be\/collections\/etcetera.oembed?page=2","provider":"Tijdschriftenwinkel","version":"1.0","type":"link"}