{"product_id":"etcetera-nr-180","title":"Etcetera Nr. 180","description":"\u003cp class=\"MsoNormal\"\u003e\u003cstrong\u003eFictie\u003c\/strong\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003e\u003cem\u003eOngemakkelijke ficties\u003c\/em\u003e\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eWelke fictiewerk zou jij ensceneren en hoe zou je dat doen?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eHet is een vraag die we verschillende makers voorlegden. Ikzelf zou een roman theatraliseren die niet, of nog niet, bestaat: een gefictionaliseerd portret van de Italiaanse schrijver Umberto Eco. The Fearful Fall from Fictions, zou de titel zijn. Natuurlijk verschenen er verschillende boeken over het leven en het werk  van Eco. Maar geen ervan staat stil bij wat ik zou belichten: hoe een bezorgdheid om de toestand van de wereld almaar oprukt in zijn teksten, terwijl het verweven van ficties, het verzinnen en liegen, eruit verdwijnt. Alsof hij zich ontpopte van leugenaar tot bezorgd vertegenwoordiger van grootouders-voor-het-klimaat.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eIn 1980 veroverde Eco de literaire wereld met zijn debuut, De naam van de roos, een detectiveroman waarin Broeder William van Baskerville en zijn jonge rechterhand Adson moorden in een abdij oplossen. Aan het einde komen ze onder ogen dat hun speurwerk niet naar de waarheid leidt, maar naar een afgrond. Omdat alle abdijbewoners geloven dat er een complot tegen hen wordt beraamd, zien ze overal vijanden en maken ze zich schuldig aan moord. Maar er is geen complot. Er zijn slechts misleidende verhalen. Het enige wat William en Adson nog kunnen doen, is hun ‘ongezonde hartstocht voor de waarheid’ loslaten. Leve de dwaling! Leve het wemelen van narratieven! Leve het oneindige interpreteren! Eco neemt zijn lezers gedurende zeshonderd pagina’s mee langs verhalen, langs verhalen over verhalen, en verhalen in verhalen. Er is geen goddelijk plan, geen geruststellende grond van waarheid. Er zijn alleen maar ficties.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eVeertig jaar later maakt de waarheid die Eco in zijn werk had afgeschreven een terugkeer. De auteur vraagt zich in Chronicles of a Liquid Society af hoe zijn kleinzoon naar het woord ‘lente’ zal kijken wanneer het kind voor het eerst een gedicht leest. ‘Zal de lente een zeldzaamheid worden nu de seizoenen vervagen, als sneeuw in de winter?’ Eco publiceert vanaf dat moment voornamelijk non-fictie. Het creëren van de vijand is de vertaling van zijn laatste bundeling van essays. Daarin schetst hij hoe het Westen volgens hem verslaafd is aan het verzinnen van een vijand. ‘Door die ander te reduceren tot niet meer dan een vijand creëren wij op aarde onze eigen hel’, besluit hij.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eChronologisch door Eco’s oeuvre bladeren leest alsof je alle speelse mogelijkheid tot fictie langzaam ziet verdwijnen, terwijl een ongemakkelijke werkelijkheid komt bloot te liggen. Die werkelijkheid is niet langer de goddeloze afgrond uit zijn debuut, maar een kluwen van politiek, ecologisch en koloniaal geweld. ‘On Racism’, ‘On Cell Phones’, ‘On Conspiracies’, ‘On Hatred and Death’ — dat zijn de titels van de hoofdstukken die hij aan zijn columns gaf. Enkele weken voor zijn dood in 2016 brengt hij zijn laatste column uit, over fake news en het leren onderscheiden van valse en echte informatie. Hij trekt zich terug in zijn landhuis in Milaan met meer dan 30.000 boeken en overlijdt.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003e\u003cspan style=\"text-decoration: underline;\"\u003eeen verloren gevoel voor onderscheid\u003c\/span\u003e\u003cbr\u003eNatuurlijk sluiten het bedrijven van fictie en een diepe bekommernis om de wereld elkaar niet uit. En is ‘fictief’ geen synoniem voor ‘onecht’. Toch vroegen wij, de redactie, ons tijdens de voor­bereidende gesprekken voor dit nummer af waarom zoveel makers fictie zonder expliciete duiding of verantwoording lijken te schuwen. Is de actualiteit te chaotisch en gewelddadig? Of zijn we in de ban van persoonlijkheidcultussen?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eIk moest opnieuw aan De naam van de roos denken, om een iets schunnigere reden. Halverwege het boek laat Eco Adson voor het eerst vrijen. ‘Op dat ogenblik verdween in mij het waakzame gevoel voor onderscheid’, bedenkt Adson alvorens hij zich overgeeft aan ‘de zwijmeling van de zinnen’.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eHet duizelingwekkende ‘verdwijnen van het gevoel voor onderscheid’ leek me niet alleen een omschrijving voor Adsons exaltatie, maar ook voor onze worstelingen met fictie. De afgelopen jaren verwaterde het onderscheid tussen fictie en non-fictie vaak, en niet alleen in het podiumveld. Wereldleiders gaan er prat op dat ze openlijk liegen. Ministers verantwoorden met drogredeneringen waarom ze de grondwet moeten overschrijden en de rechtsstaat schenden, of enten hun beleid op een hersenschim. In de kunsten veroorzaakten verschillende publicaties en voorstellingen verwarring over wat waar is — over wat binnen de kaften van een boek of in de context van een voorstelling waar moet zijn.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eIs verbeelding een bedreiging geworden?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eMoeten we het onderscheid tussen echt en vals opnieuw definiëren?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eOf was mijn idee van fictie als een vrijplaats voor verbeelding achterhaald? Misschien was Eco wel de belichaming van zo’n vrijplaats, én van hoe een echte wereld haar uiteindelijk onmogelijk maakte.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003e\u003cspan style=\"text-decoration: underline;\"\u003everruimen en verwarren\u003c\/span\u003e\u003cbr\u003eDe auteurs die met onze vragen aan de slag gingen, zijn minder nostalgisch. Evelyne Coussens schreef over de betekenis en de evolutie van fictie en realiteit in het werk van Berlin. Karlijn Sileghem beschouwt de vierde wand als een grens tussen werkelijkheden. Alexander Deprez buigt zich over het dagboek van de Duitse auteur Erich Kästner uit de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog. Hij trekt wrange parallellen met vandaag en houdt een vurig pleidooi om collectief, al schrijvende, in beweging te komen. Het is een overtuiging die echoot door het gesprek dat Catho De Cordt voerde met Julie Cafmeyer en Charlotte Van den Broeck — een beschouwing over levenskunst, vrouwelijkheid, erotiek en rust. Ze hebben het ook over het hanteren van fictie om grensoverschrijdend gedrag te bespreken. Kan, mag of moet fictie over grensoverschrijding zelf grenzen overschrijden?\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eNatalie Gielen verkent in haar essay over kunstwerken met en door (ex-)gevangenen het verruimende en verwarrende potentieel van fictie. Simon Baetens onderzoekt dan weer de relatie tussen fictie en authenticiteit naar aanleiding van zijn voorstelling I’m Not Done, en getuigt over hoe hij een ruimte wilde scheppen voor niet-alledaagse logica’s. Alina Savitskaya beschrijft hoe ze in een dictatuur naar een voorstelling ging kijken. Haar reflecties doen nadenken over hoeveel gevaar fictie, of de mogelijkheid van fictie, kan uitstralen. Een mogelijkheid die met vele vormen van geweld bestreden wordt, ook in België. Liv Laveyne ging in gesprek met verschillende makers over hoe de tolerantie voor verbeelding in het jeugdtheater lijkt af te nemen.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003e\u003cspan style=\"text-decoration: underline;\"\u003eeen ongemakkelijk aftasten\u003c\/span\u003e\u003cbr\u003eWe ronden dit nummer af met gedroomde voorstellingen van Louise Bergez, Melissa Mabesoone, Edoardo Ripani, Lisah Adeaga en Kristien De Proost, en eindigen met een brief waarmee Maaike Neuville op de grens tussen fictie en non-fictie balanceert. Haar brief is gericht aan de kat Fictie uit haar debuutroman Zij. Neuville roept op om ons te oefenen in ongemak en haakt zo in op Eco’s vragen over het creëren van de vijand. Het was Neuvilles brief die ons voor de titel van dit editoriaal inspireerde.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eDe daad van het fictionaliseren, het fantaseren, is wellicht van alle tijden. Met dit nummer in mijn hand, vraag ik me echter af of fictie aan het transformeren is. Neemt fictie — het smeedwerk van betekenisvolle verbanden — in onze wereld een nieuwe vorm aan? Eist ze een andere plaats op? Wat zou Eco denken? Zo’n transformerende vorm van fictie heeft hij niet voorspeld, noch de contouren ervan voorvoeld. In afwachting van zekerheid hoop ik alvast om met dit nummer vragen over fictie aan te wakkeren of aan te scherpen. Misschien kunnen we ons op die manier bekwamen in de ongemakkelijke zoektochten die ons te wachten staan.\u003c\/p\u003e","brand":"Etcetera","offers":[{"title":"Op papier","offer_id":53120896368967,"sku":null,"price":9.0,"currency_code":"EUR","in_stock":true}],"thumbnail_url":"\/\/cdn.shopify.com\/s\/files\/1\/0288\/2384\/7015\/files\/Etcetera_180_cover.jpg?v=1768227493","url":"https:\/\/www.tijdschriftenwinkel.be\/products\/etcetera-nr-180","provider":"Tijdschriftenwinkel","version":"1.0","type":"link"}