Etcetera Nr. 176
Over mannen
Man overboord?
Zit de man in een identiteitscrisis? Verschillende auteurs geloven van wel. ‘Men are lost, here is a map out of the wilderness’, kopte Christine Emba, columnist bij The Washington Post, vorige zomer in een veelgelezen opiniestuk. Daarin beschrijft ze hoe de man zijn centrale plek op de arbeidsmarkt, in het hoger onderwijs en in de privésfeer is verloren. Vandaag studeren steeds meer vrouwen af dan mannen, worden ‘zachte talenten’ meer gewaardeerd dan hard fysiek labeur en zijn vrouwen niet langer afhankelijk van het huwelijk met een man om zichzelf financieel veilig te stellen of hun kinderwens te vervullen.
Ook schrijver Richard V. Reeves toont in zijn boek Of Boys and Men. Why the Modern Male Is Struggling (2022) hoe mannen worstelen met hun verlies aan maatschappelijke status. Zij vluchten vaker in drugs en alcohol, plegen vaker zelfmoord, gaan eerder dood, zijn eenzamer, vaker dakloos, plegen meer criminele feiten en belanden vaker in de gevangenis. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.
De tegenbeweging, geleid door schimmige figuren als Jordan Peterson, Andrew Tate en Dries Van Langenhove, liet natuurlijk niet lang op zich wachten. Vanuit de virtuele ‘Manosphere’ bezweren ze hun angst voor irrelevantie met antifeministische en extreemrechtse denkbeelden en maken ze van mannelijkheid de inzet van een heuse cultuuroorlog. Deze eersteklas mansplainers ‘ijveren voor een terugkeer naar echte mannelijkheid: een karikatuur van discipline, spierkracht en seksuele potentie, vermengd met onversneden misogynie recht uit de incel-fora’, schreven Florian Deroo en Seppe Decubber in een opinie voor De Standaard. De vele dark feminine-goeroes die nu opgang maken op TikTok appropriëren die hypercompetitieve machocultuur vanuit vrouwelijk oogpunt. In onlinevideo’s leren ze vrouwen op een agressieve manier om egoïstisch te zijn, nooit arme mannen te daten en zichzelf een weg naar boven te neuken.
Het is natuurlijk maar de vraag of mannelijkheid vandaag echt zo in crisis is. De verwevenheid van het patriarchaat met onze politieke systemen lijkt sterker dan ooit — het volstaat om te kijken naar hoe erg het wereldwijd gesteld is met de rechten van vrouwen en trans personen. In de Verenigde Staten is abortus vandaag al in 21 staten volledig verboden of minstens ernstig ingeperkt sinds het hooggerechtshof in 2022 het historische Roe v. Wade-arrest terugdraaide. In Iran werd de Woman Life Freedom-beweging hardhandig neergeslagen en wachten nog steeds veel jongeren in de gevangenis op hun proces. In eigen land trekt Vlaams Belang begin juni naar de verkiezingen met een wetsvoorstel om hormoonbehandelingen bij minderjarigen aan banden te leggen.
Ook in onze culturele beeldvorming heeft de Man het nog steeds overwegend voor het zeggen. Vraag maar aan de marketeers van Calvin Klein. Voor hun nieuwste reclamecampagne wisten ze Jeremy Allen White te strikken. De thirst trap van ‘Carmy’ uit The Bear, die met zijn afgetrainde sixpack staat te strippen op een New Yorks dakterras, liet het internet bijna ontploffen van geilheid — en terecht! Maar toen zangeres FKA twigs in een even weinig verhullende outfit op een billboard verscheen, werd ze door de Britse reclamewaakhond prompt gecensureerd omdat de afbeelding overdreven geseksualiseerd zou zijn en de advertentie vrouwen tot een object reduceerde.
Hoe zit het, in het licht van deze maatschappelijke veranderingen, met de manbeelden op onze podia? ‘De oude modellen van mannelijkheid voelen onbereikbaar aan of zijn sociaal onaanvaardbaar, en nieuwe modellen moeten zich nog vormen’, schreef Emba in haar column. Kan het theater daar een rol in spelen? In deze Etcetera duiken we diep in de mannelijke leefwereld en de constructie van mannelijkheid — al spreken we naar analogie met het bekende boek van socioloog Raewyn Connell liever over masculinities: een scala aan ‘mannelijkheden’.
Seppe Decubber kijkt naar de evolutie van de mannelijke superheld in Hollywoodblockbusters en theatervoorstellingen. Ilse Ghekiere legt het impliciete narratief van seksueel geweld bloot achter het heteroseksuele duet dat al te lang vanzelfsprekend was in ballet en hedendaagse dans. Jasper Van Loy gaat op zijn beurt na hoe het mannenbastion van stand-upcomedy verbrokkelt door de opmars van vrouwelijke, queer en jonge stemmen.
Verschillende auteurs gaan in dit nummer ook op zoek naar een meer kwetsbare invulling van mannelijkheid. Daan Borloo ziet hoe film- en theatermakers de clichés rond vriendschap tussen mannen uitdagen. In een ontroerende tekst beschrijft Willem de Wolf hoe hij als kind leerde dat je als man vooral hermetisch, sterk, onbewogen en zwijgend moest zijn en hoe hij pas rond zijn zestigste ontdekte dat zijn lichaam ook iets te vertellen heeft.
Zoals wel vaker zijn het queer denkers en kunstenaars die een uitweg zoeken uit al te statische opvattingen en taboes over mannelijkheid. Lars Brinkman toont hoe queer theatermakers als Dries Verhoeven, Dan Daw en Gilles Polet & Arno Ferrera experimenteren met niet-normatieve vormen van mannelijke seksualiteit, en hoe dat bevrijdend kan zijn voor álle personen die zich als mannelijk identificeren. Filosoof Maïté de Haan dompelt ons onder in de wondere wereld van dragkings en analyseert hoe zij de dominante opvatting van mannelijkheid als iets natuurlijks en niet-performatiefs uitdagen. Afsluiten doen we met een prachtig persoonlijk essay van Toni Heemer over de performance van gender, geschreven onder testosteron. Waar de titel — ‘een pleidooi voor de afschaffing van mannelijkheid’ — voor sommige lezers misschien bedreigend zal klinken, nodigen we je uit om het echte revolutionaire potentieel van zijn woorden te ontdekken. Welke oneindige vrijheid lonkt er voor ons allen als we de wereld niet langer zouden opdelen in M en V?