Etcetera Nr. 172
Leeftijd
Bewezen staat van dienst
Zijn we collectief geobsedeerd door onze leeftijd? We gebruiken filters en fillers om er jonger uit te zien en geven gretig commentaar op hoe (voornamelijk vrouwelijke) sterren verouderen — denk maar aan de hevige kritiek die Madonna kreeg nadat ze onherkenbaar op de Grammy’s verscheen. Het Amerikaanse businesstijdschrift Forbes publiceert elk jaar zijn ‘30 under 30 list’, een opsomming van 600 bewonderenswaardige ondernemers en bekendheden. Dat ze de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt, is blijkbaar een reden om gelauwerd te worden. Welke druk oefenen we uit op twintigers door hen voortdurend voor te houden dat ze voor hun dertigste al van alles moeten hebben verwezenlijkt? Bestaat er ook een lijst voor succesvolle 65-plussers? Van mensen die zichzelf op latere leeftijd blijven engageren en heruitvinden, en zo aantonen dat ouder worden helemaal niet het taboe hoeft te zijn dat we er collectief van maken?
Ook in de podiumkunsten is er opvallend veel aandacht voor jong en aanstormend talent. Menig festival maakt er een programmalijn of zelfs de hoofdfocus van. Waarom zijn we zo rusteloos op zoek naar wat we nog niet kennen? Ergens is het vreemd dat we jeugdigheid meer naar waarde schatten dan (artistieke) levenservaring. Hoewel het goed is dat we aandacht hebben voor de vaak kwetsbare start van een carrière in de kunsten, is de manier waarop we jaar na jaar jonge makers vervangen door nog jongere, weinig duurzaam. Wie volgt de artiesten op die nu al niet meer jong zijn, maar evengoed nog geen gevestigde waarde? Voor wie zich in het uitgestrekte gebied tussen ‘jong en veelbelovend’ en ‘bewezen staat van dienst’ bevindt, is het steeds uitdagender om aansluiting te vinden bij het podiumkunstenveld.
En wat met al dat bewezen talent dat onherroepelijk ouder wordt? Over het waardig afronden van een loopbaan in de kunsten bestaat bijzonder weinig expertise en debat. Net zomin als over de uitstroom van gezelschappen die hun houdbaarheidsdatum hebben bereikt. En dus blijft iedereen maar doorgaan, om vooral niet te moeten toegeven: ik word ouder. Een uitzondering is choreograaf Alain Platel. In gesprek met Wouter Hillaert vertelt hij over de keuze om zijn gezelschap les ballets C de la B na dertig jaar door te geven aan een volgende generatie. ’t Barre Land en Abattoir Fermé benadrukken in hun statements dan weer de kracht van samenwerken over de generatiekloof heen.
Ook kunstenaars zelf behandelen in hun werk vraagstukken rond ouder worden. Willem de Wolf (60) en Louis Janssens (27) wisselen in Analoog van rol en bevragen zo welke rol hun leeftijd speelt in hoe de wereld hen ziet. ‘Zal dit in mijn biografie komen?’, vragen ze zich luidop af. Ook thematiseren ze het maken van artistiek werk in hun werk, een trend die zich al meerdere jaren doorzet. Het eigen archief als artistiek uitgangspunt nemen is een door veel kunstenaars aangewende strategie, waarover Kristof van Baarle in dit nummer meer vertelt. In Retrospective van Xavier Le Roy (2012) maken performers zich materiaal uit het bewegingsarchief van de Franse choreograaf eigen, met een anachronistische live-ervaring als resultaat. Bij Rosas leren de originele performers van voorstellingen uit het repertoire bij heropvoering hun rol aan een van de nieuwe, jeugdige dansers. Dat we de zorg voor ons podiumerfgoed echter niet alleen aan kunstenaars zelf mogen overlaten, beseft ook de sector. Op de nieuwe podiumkunstensite in Leuven zal kunstencentrum STUK de komende vijf jaar repertoireprojecten uitwerken die onze rijke dansgeschiedenis bekend en bemind moeten maken bij de volgende generatie. Choreograaf Marc Vanrunxt en STUK-directeur Steven Vandervelden geven in dit nummer een inkijkje in de plannen en waarschuwen voor de risico’s rond canonvorming.
Voorts staan we stil bij de representatie van oudere lichamen. Welke narratieven rond aftakeling, rouw en verlies zien we op onze podia en wat zetten bij uitstek vrouwelijke choreografen, die de afkeurende maatschappelijke bias over ouder worden misschien wel het meest voelen, daartegenover? In hun bijdrage vertelt het Vlaams-Nederlandse collectief BOG. dan weer over hun ambitie om, net zoals ze in hun gelijknamige debuutvoorstelling deden, elke tien jaar opnieuw de staat van het leven op te maken tot ze allemaal overleden zijn. Hoe is hun perspectief veranderd tussen hun twintiger en dertiger jaren?
Natuurlijk mag een ‘terugblik’ niet ontbreken in een nummer over leeftijd. In zijn pleidooi voor tegentijdsheid haalt Joachim Robbrecht herinneringen op aan enkele iconische Volksbühne-producties uit de jaren 2000, tegen de achtergrond van de gegentrificeerde stad Berlijn, die steeds meer in de greep van het kapitalisme raakt. Julie Rodeyns neemt ons dan weer mee naar het palliatieve dagcentrum TOPAZ, waar ze in 2017 het artistiek-participatieve project In/finity cureerde. Het deed haar inzien dat zorgzaam zijn geen doel op zich is, wel een attitude die je altijd en overal kunt meenemen. Besluiten doen we met het intieme kortverhaal Rolwolken van Siska van Daele, over de wisselende zorgrollen tussen een dochter en een mama met dementie.