Ga direct naar de productinformatie
Etcetera Nr. 175
€9,00

Etcetera Nr. 175

Opties

Drempelvrees

Pas op voor het opstapje

De podiumkunsten zeggen over zichzelf graag dat ze voor iedereen zijn. Maar wie is die ‘iedereen’ eigenlijk? Niet iedereen voelt zich aangesproken door de communicatie van kunstencentra, stadstheaters en andere cultuurhuizen — gesteld dat die communicatie hen al bereikt. Maar ook voor wie wel zou willen komen, is een avondje uit naar het theater niet zomaar een evidentie. Beperkt toegankelijke gebouwen, hoge ticketprijzen, ondoorgronde­lijke websites, complexe programmateksten, luide muziek, felle lichten of onbereikbare locaties: je zou soms bijna denken dat men liever niet heeft dat je komt kijken. Zelfs een doorgewinterde theaterliefhebber moet er vaak heel wat voor overhebben om de weg te vinden, zowel letterlijk als figuurlijk in het aanbod.

Missen we, alle inspanningen rond publieks­werking en inclusie ten spijt, niet nog steeds een heleboel mensen in onze zalen? Is het gemiddelde publiek niet al te vaak een homo­gene groep uit de hogere middenklasse, met normatieve, mobiele lichamen en artistieke geletterdheid? Hoe komt dat? Welke fysieke en mentale drempels bepalen wie wel en wie niet in de theaterzalen zit?

Gelukkig gebeurt er al heel wat om daar verandering in te brengen. Om drempels te kunnen verlagen, moeten ze eerst en vooral zichtbaar worden gemaakt, ook voor wie ze niet als drempel ervaart. Steeds meer huizen bieden ‘relaxed’ versies aan van bepaalde voorstellingen, analoog met het toenemende aantal makers die hun werk bewust zo prikkel­arm mogelijk houden. Kelsie Acton geeft duiding bij deze vorm van maken en presen­teren, en houdt een pleidooi voor theaterzalen waarin ook minder normatieve lichamen zich welkom voelen.

Ook programmatie maakt deel uit van de (vaak onuitgesproken) codes die bepalen wie waarnaar kan en wil komen kijken. Evelyne Coussens maakt een stand van zaken van het Gentse podiumlandschap op, en vraagt zich af of highbrow kunstencentra, die trouwens steeds meer op elkaar beginnen te lijken, niet een groot segment van enthousiaste kijkers weren. Het TheaterFestival experimenteert dan weer met inspraak van niet­-professionele kijkers in het maken van zijn selectie — hoe daagt de WijkJury het idee van excellentie uit dat centraal staat in het festival?

Als platform voor podiumkritiek maakt Etcetera uiteraard deel uit van dit systeem. Geregeld worden wij aangesproken op recensies en essays die bij ons verschijnen. Welke denk­kaders zijn in deze teksten dominant? Wie kan waarover schrijven? Het debat over welke vormen van kunstkritiek vandaag mogelijk én nodig zijn om de vele soorten werk die op onze podia te zien zijn te ontsluiten, is niet meer weg te denken uit onze redactionele gesprekken.

Wouter Hillaert opent dit debat, dat te vaak intern wordt gevoerd. Hij praat met Khadija El Kharraz Alami, Sachli Gholamalizad, Evelyne Coussens en Bauke Lievens over hun visie op de zin en onzin van kunstkritiek. Ook toneel­auteur Joachim Robbrecht wordt regelmatig geconfronteerd met vragen omtrent leesbaar­heid: als zelfs zijn eigen moeder zijn teksten niet begrijpt, wie dan wel?

Over verstaanbaarheid en communicatie heeft ook Dahlia Pessemiers­-Benamar zich al meermaals het hoofd gebroken. Ze vertelt hoe Portici, een muziektheatervoorstelling waarin horenden en doven samen op scène staan, tot stand kwam. Wat vertelt de taligheid van gebarentaal over hoe we met elkaar omgaan? Tot slot geeft Sandra Sara Raes Oklobdzija inkijk in haar hobbelige parcours in de kunsten­sector als anderstalige maker.

Zoek met ons mee naar leesbaarheid, over alle mogelijke drempels heen.

Misschien vind je dit ook leuk